Belangrijke rol van satellieten voor aardobservatie bij milieuverdragen

Envisat-beeld van Patagonië (Argentinië), waarin één van de grootste woestijnen van de wereld gelegen is
8 juli 2002

Beelden van aardobservatiesatellieten kunnen van groot nut zijn bij de opvolging van milieuverdragen. Daar zijn de internationale verantwoordelijken voor de meest dringende milieuproblemen het over eens. Minder duidelijk is op welke manier dat precies moet gebeuren.

Half juni kwamen vertegenwoordigers van vier van groeperingen, in diplomatiek taalgebruik meer formeel bekend als Conventies, gedurende twee dagen bijeen. Ze bespraken dit onderwerp en andere items en deden aan brainstorming tijdens de sessie TUBE II. Die valt binnen de ESA-activiteit TESEO of Treaty Enforcement Support using Earth Observation, die vorig jaar van start ging en nagaat welke mogelijkheden er zijn om milieuverdragen op te volgen met behulp van satellietbeelden.

Daarbij zijn er nog verschillende vragen. Voor welke producten en diensten zijn opnamen vanuit de ruimte nuttig? Hoe moeten ze verder ontwikkeld worden? Hoe komen ze tijdig en relatief goedkoop bij eindgebruikers terecht, in het bijzonder in armere landen?

De gegevens van aardobservatiesatellieten stellen de ondertekenaars van multilaterale milieuverdragen in staat niet alleen problemen vast te stellen, maar ze ook te verkleinen. Dat zegt Jan Sheltinga van het secretariaat van de UN Convention to Combat Desertification (UNCCD). Het verdrag over woestijnvorming moet het verdwijnen van land tegengaan in ecosystemen van droge streken, goed voor een derde van de landoppervlakte van de aarde, via lokale programma's en ondersteunende internationale partnerschappen. "De UNCCD-deelnemers erkennen dat de strategie tegen woestijnvorming en de strijd tegen de gevolgen van droogte het meest efficiënt zijn als ze gebaseerd zijn op gezonde en systematische waarnemingen en een rigoureuze wetenschappelijke kennis", zegt ze. "Aardobservatie kan aan deze globale gegevensbank van technische kennis een bijdrage leveren, in het bijzonder wanneer de ondertekenaars van een verdrag een strategie ontwikkelen om de kwetsbaarheid van getroffen bevolkingsgroepen te verminderen. De recente vooruitgang op het vlak van ruimtevaarttechnologie levert meer mogelijkheden om de verschillende middelen van aardobservatie te gebruiken om het milieu efficiënt in de gaten te houden en in het bijzonder tijdig te waarschuwen tegen droogte."

De klimaatsveranderingen en het Protocol van Kyoto

Strijd tegen woestijnvorming

Een andere TUBE II-deelnemer is de UN Framework Convention on Climate Change (UNFCC), aangenomen in 1992 als een eerste stap om een van de meest dringende milieuproblemen, de veranderingen van het klimaat, aan te pakken. Vijf jaar later gingen veel landen verder door het Protocol van Kyoto aan te nemen. Dat legt grensverleggende en bindende beperkingen op aan de uitstoot van broeikasgassen. Volgens Claudio Forner van het MIS-programma bij het UNFCC-secretariaat kunnen gegevens van kunstmanen voor aardobservatie de Conventie helpen een deel bij van zijn verantwoordelijkheden. "Vanuit ons standpunt kunnen gegevens van aardobservatiesatellieten een belangrijk hulpmiddel zijn om te voldoen aan de noden van de Conventie", vertelt Forner. "De deelnemers aan UNFCC zijn het eens over een aantal taken waarbij dergelijke gegevens een waardevolle rol kunnen spelen." Het meest relevant in dit verband is volgens Forner het opvolgen en analyseren van de dynamica van bosgebieden en andere activiteiten die met landgebruik te maken hebben en waar afmetingen een probleem vormen. Beelden van satellieten kunnen helpen bij het inschatten van de uitstoot en de verwijdering van broeikasgassen. Satellietgegevens kunnen verder gebruikt worden om de gevolgen van de globale klimaatsveranderingen in te schatten. "Er is een groot potentieel voor het inschatten van de gevolgen van klimaatsveranderingen op ecosystemen, stedelijke gebieden en andere domeinen."

De strijd tegen vervuiling op zee

Luchtvervuiling

Het Regional Marine Pollution Emergency Response Centre for the Mediterranean Sea (REMPEC) werd oorspronkelijk opgericht in 1976 onder de Conventie van Barcelona om de vervuiling in de Middellandse Zee te bestrijden. Het centrum is onder meer verantwoordelijk voor de promotie van regionale samenwerking om milieuvervuiling door schepen te voorkomen. REMPEC neemt deel aan TESEO en werkte al verschillende jaren met ESA samen in een pilootproject dat de betrouwbaarheid en de tijdige beschikbaarheid nagaat van aardobservatiegegevens.

Dat zegt Admiraal Roberto Patruno, directeur van het centrum. Aardobservatiesatellieten van ESA leverden satellietgegevens over vervuiling, zoals olievlekken of lozingen van afvalstoffen. De gegevens werden doorgestuurd naar operationele centra om het betreffende incident te verifiëren. "Een deel van ons werk bestaat erin de informatie, waarvan we denken dat die van belang is voor onze lidstaten, te verspreiden", aldus Patruno. "Opnamen van satellieten kunnen zeker helpen bij de besluitvorming bij vervuiling, op voorwaarde dat we nog een aantal problemen in verband met de betrouwbaarheid van de gegevens oplossen: de tijdsperiode tussen de waarneming van de verdachte vervuiling en de beschikbaarheid van de waarnemingsgegevens in de operationele centra, en de kosten."

Gebieden met mangrove op de grens tussen Peru en Ecuador

Om vervuiling op zee te bestrijden is het van groot belang dat relevante informatie snel verspreid wordt. "Lozingen op zee kunnen snel, soms al op enkele uren tijd, in het water verdunnen", aldus Patruno. "Tot nu toe is er een belangrijk hiaat tussen het tijdstip waarop de satelliet iets waarneemt en het ogenblik dat de informatie in de handen van operationele besluitvormers terechtkomt." Precies dit soort praktische problemen is van belang bij het opvolgen van de milieuverdragen waarmee TESEO zich bezighoudt. "Maar we gaan de goede kant uit met TESEO".

Onverwachte voordelen

TESEO brengt ruimte-experts en mensen die satellietbeelden bekijken samen met vertegenwoordigers van Conventies en eindgebruikers. Dat levert twee misschien wel verrassende voordelen op. Dat zegt Nick Davidson van het secretariaat van de Convention on Wetlands.

Ten eerste ziet men beter in welke technieken en methoden op het vlak van aardobservatie men beter niet gebruikt. "De ene kant van de medaille is voor ons even belangrijk als de andere, namelijk dat wat géén bruikbare producten oplevert".

Het tweede voordeel is de gezamenlijke ervaring wanneer informatie op het vlak van het milieu gedeeld wordt met de andere Conventies, die betrokken zijn bij TESEO. "Er ontstaat coördinatie tussen de Conventies en TESEO is een deel van dat proces", vertelt Davidson. "Het is van belang ervoor te zorgen dat een consequent standpunt de nationale politici bereikt. Verschillende oplossingen voor verschillende Conventies mogen niet tot tegenstrijdige gevolgen leiden en besluitvormers in verwarring brengen."

Wetlands

De Convention on Wetlands, ook bekend als de Ramsar Convention naar de Iraanse stad waar het verdrag in 1971 werd ondertekend, wil een kader ontwikkelen voor zowel nationale actie als internationale samenwerking. "De belangrijkste problemen bij de ontwikkeling van praktische producten en diensten die de laatste snufjes gebruiken op het vlak van satellietbeelden en de gegevensverwerking zijn misschien niet van technische, maar van economische en politieke aard", zegt Davidson nog. "De echte uitdaging bestaat erin de aardobservatiegegevens in verschillende gradaties bruikbaar te maken. Zo ondersteunen ze de implementatie van verdragen op verschillende niveaus en voor verschillende doelstellingen: globaal en supranationaal voor onze lidstaten, nationaal voor besluitvormers binnen de regering van een land en zeer lokaal voor managers van vochtige gebieden. Deze technieken en mogelijkheden moeten ook kunnen helpen bij de besluitvorming in armere en minder ontwikkelde landen."

De uitdaging bestaat uit het tot stand brengen van een grotere capaciteit voor eindgebruikers van aardobservatiegegevens als een integraal deel van toekomstige samenwerkingsprocessen zoals bij TESEO. Jan Sheltinga (UNCCD) benadrukt dit standpunt. "Onder de deelnemers aan UNCCD vinden we de armste landen in de wereld terug. Opdat ontwikkelingslanden ten volle voordeel kunnen halen uit om het even welk partnerschap met ESA, tussen enerzijds zij die informatie leveren en anderzijds de eindgebruikers ervan, zijn initiatieven die de technische knowhow ontwikkelen van zowel individuele mensen als instellingen in landen die met woestijnvorming te maken hebben absoluut nodig."

Copyright 2000 - 2014 © European Space Agency. All rights reserved.