België van de partij bij onderzoek van Rode Planeet

Mars Express: Belgen betrokken bij Marsonderzoek
26 december 2003

België heeft in de loop der jaren een heuse reputatie opgebouwd in verband met atmosfeeronderzoek. Nu Mars Express na met succes in een baan rond de Rode Planeet Mars draait is het niet verwonderdelijk dat bij deze ESA-sonde ook Belgische onderzoekers zijn betrokken.

Ons land is hiermee niet aan zijn proefstuk toe. Zo is het Belgisch Instituut voor Ruimte-Aëronomie (BIRA) al jaren actief op het vlak van de ontwikkeling van theoretische modellen en van instrumenten aan boord van ruimtetuigen die de atmosfeer van andere planeten bestuderen.

Het BIRA is nu in internationaal samenwerkingsverband (samen met onderzoekers uit Frankrijk, Rusland en de Verenigde Staten) betrokken bij het experiment SPICAM (Ultraviolet and Infrared Atmospheric Spectrometer) aan boord van Mars Express.

Onderzoek van de Marsatmosfeer

SPICAM instrument
SPICAM: onderzoek van de Marsatmosfeer

SPICAM moet de chemische samenstelling en de dynamische evolutie van de atmosfeer van Mars onderzoeken. De spectrometer moet helpen de concentratie ozon, de hoeveelheid stofdeeltjes, de temperatuurverdeling, de aërosols en de ionosferische samenstelling van de Marsatmosfeer te bepalen.

Bijzondere sensoren bekijken daarvoor de golflengten van het zonlicht die door de atmosfeer worden geabsorbeerd. Een ultravioletsensor (UV) meet ozon en een infraroodsensor (IR) waterdamp.

Aan de hand daarvan kan men bijvoorbeeld de wisselwerking tussen het oppervlak van Mars en de atmosfeer bestuderen door de experimentele gegevens te vergelijken met theoretische modellen. Net zoals de aarde heeft ook Mars vier seizoenen. De SPICAM-gegevens zullen onder meer beter helpen begrijpen hoe de atmosfeer van Mars over de seizoenen heen verandert.

Mars
Door Mars te bestuderen leren we ook meer over de aarde

Uiteindelijk moet het allemaal ook een beter beeld van onze eigen planeet opleveren. "Door naar Mars te gaan kunnen we misschien meer leren over de verdere evolutie van onze eigen aarde", aldus hoofdonderzoeker Jean-Loup Bertaux van het Franse Centre National de la Recherche Scientifique (CNRS). De Belgische co-onderzoeker voor SPICAM is Dominique Fonteyn van het BIRA.

Radiosignalen

Uit de radiosignalen tussen Mars Express en de aarde kunnen heel wat wetenschappelijke gegevens worden gehaald

Een team van de Koninklijke Sterrenwacht van België is van de partij bij het experiment Mars Express Radio Science (MaRS) waarbij gebruik wordt gemaakt van de radiosignalen tussen Mars Express en de aarde. MaRS meet veranderingen in de frequentie, de dopplerverschuiving, van radiosignalen tussen de Mars Express orbiter en de aarde.

Die veranderingen zijn het gevolg van de relatieve beweging tussen de bron van de signalen en de waarnemer ervan. De metingen van de dopplerverschuiving laten toe de exacte positie van Mars Express in zijn baan rond de Rode Planeet te bepalen.

Mars, op 1 december gefotografeerd door Mars Express vanaf 5,5 miljoen kilometer

Dat levert informatie op over het zwaartekrachtveld van de planeet. Variaties in het zwaartekrachtveld veroorzaken namelijk kleine veranderingen in de relatieve snelheid van de sonde in vergelijking met het grondstation.

"We kunnen die meten met een nauwkeurigheid van minder dan één tiende van de snelheid van een slak", zegt hoofdonderzoeker Martin Pätzold van de Universität zu Köln (Keulen). Daaruit volgen dan nog eens belangrijke gegevens over de atmosfeer en de ionosfeer, het oppervlak en de ijskappen van Mars en zelfs de inwendige structuur van de planeet.

MaRS zal zelfs gebruikt worden om de zonnecorona te bestuderen, wanneer in 2004 en 2006 Mars en Mars Express zich vanaf de aarde bezien achter de zon zullen bevinden. De Belgische co-onderzoeker voor MaRS is Veronique Dehaut van de Koninklijke Sterrenwacht van België.

naar info van B.USOC, KSB, BIRA, ULB

Copyright 2000 - 2014 © European Space Agency. All rights reserved.