Belgisch Instituut voor Ruimte-Aeronomie (BIRA) wil meer naambekendheid

Ingenieurs installeren het instrument SPICAV, waaraan het BIRA een belangrijke bijdrage leverde, op ESA's ruimtesonde Venus Express
4 december 2007

Op het plateau van Ukkel bevindt zich het Belgisch Instituut voor Ruimte-Aeronomie (BIRA). Het staat enigszins in de schaduw van het Koninklijk Meteorologisch Instituut (KMI) en de Koninklijke Sterrenwacht van België (KSB), die er samen met het BIRA de zogenaamde Pool Ruimte vormen. Directeur Noël Parmentier wil daar wat aan doen.

Noël Parmentier wil het Belgisch Insituut voor Ruimte-Aeronomie bij het grote publiek bekender maken. Het BIRA telt ongeveer 125 personeelsleden, waaronder 80 onderzoekers. Het is een federale wetenschappelijke instelling, die in 1964 het levenslicht zag nadat 25 jaar eerder al een 'aeronomische dienst' was opgericht binnen het KMI.

Het Belgisch Instituut voor Ruimte-Aeronomie in Ukkel

Noël Parmentier vat samen wat aeronomie eigenlijk is: 'De aeronomie bestudeert de fysische en scheikundige processen in de atmosferen van planeten en kometen en in de interplanetaire ruimte'. In die ruimte is er strikt genomen geen atmosfeer meer, maar doet de magnetische invloed van onze planeet zich nog gelden.

Aeronomie is een 'recente' wetenschap. Deze term werd pas in 1954 voor het eerst in wetenschappelijke kringen gebruikt.

'We bekijken ook hoe de zon haar invloed doet gelden op de atmosfeer van de aarde, in het bijzonder in het kader van de globale veranderingen op onze planeet'.

De atmosfeer als onderdeel van het Systeem Aarde

Venus, Earth and Mars
Het BIRA onderzoekt niet alleen de atmosfeer van de aarde (midden), maar ook die van andere hemellichamen zoals Venus (links) en Mars (rechts)

Een belangrijk onderzoeksdomein van het BIRA is de chemie en fysica van atmosferen.

'Atmosferen in het meervoud', aldus Noël Parmentier. 'We bestuderen niet alleen de atmosfeer van de aarde, maar ook atmosferen van andere hemellichamen in het zonnestelsel, in het bijzonder die van Mars en Venus.'

Dat laat toe gelijkaardige processen als bij de aarde onder andere omstandigheden te bestuderen, waardoor we meer leren over onze eigen planeet.

Het atmosferisch onderzoek van het BIRA is onder meer van belang om te evalueren hoe het klimaat op onze planeet op lange termijn verandert en ter ondersteuning van het protocol van Montreal over de bescherming van de ozonlaag en ook van het Kyoto-protocol.

Het BIRA onderzoekt ook de zonnestraling en hoe die tot op het oppervlak van de aarde en andere planeten doordringt en het brengt de langetermijnveranderingen van ultraviolette straling in kaart. Al dit onderzoek is heel belangrijk voor een beter begrip van het Systeem Aarde, dat door menselijke activiteit onder zware druk staat. Onze atmosfeer is er een bijzonder complex onderdeel van.

Zonnewind en magnetisch veld

Cluster satellites
ESA's Cluster-satellieten bestuderen de effecten van de zonnewind

Het BIRA bestudeert ook de fysica van ruimteplasma's. De zon vult de ruimte met zo'n plasma, een gas van geladen deeltjes, in de vorm van een constante zonnewind. De buitenste laag van de aardatmosfeer, de magnetosfeer, en van andere hemellichamen in het zonnestelsel is met plasma gevuld.

Het BIRA heeft een internationaal gewaardeerd programma van theorie en modelvorming en het levert een bijdrage tot het voorspellen van het grillige gedrag van de zon, het zogenaamde ruimteweer.

Onderzoek van ruimteplasma is belangrijk omwille van de invloed die onze omgeving in de ruimte op onze planeet heeft. Een heel actieve zon kan bijvoorbeeld satellieten minder goed doen werken of ze zelfs helemaal uitschakelen, radio-uitzendingen en gps-signalen storen, computers aan boord van vliegtuigen doen crashen, astronauten aan gevaarlijke straling blootstellen, voor problemen zorgen op het vlak van energievoorziening, corrosie van pijpleidingen teweegbrengen…

Instrumenten

Het BIRA is mee 'aan boord' van Europa's kometensonde Rosetta

Niet verwonderlijk dat het BIRA gretig gebruik maakt van waarnemingsgegevens van heel wat ESA-ruimtesondes. Het is ook zelf nauw betrokken bij verschillende ESA-ruimtemissies, onder meer voor waarnemingsinstrumenten aan boord van de de sondes Mars Express en Venus Express die in een baan rond onze buurplaneten draaien en de sonde Rosetta, die in 2004 is vertrokken voor een reis van tien jaar naar de komeet Churyumov-Gerasimenko.

Het heeft ook een plaats aan boord van de de Europese labomodule Columbus die op 6 december naar het internationaal ruimtestation vertrekt. Daar wil het BIRA met het instrument Solspec bepalen hoe de zonne-energie verdeeld wordt in functie van haar golflengte en hoe ze verandert in de loop van een elfjarige zonnecyclus. Voor het onderzoek van de zonnewind maakt het BIRA gebruik van de ESA/NASA-sonde Ulysses (al 17 jaar in de ruimte!) en van de vier in 2001 gelanceerde Europese Cluster 2-satellieten.

B.USOC

Het BIRA heeft operationele verantwoordelijkheid voor twee faciliteiten van het Europese ruimtelabo Columbus

In het BIRA is ook het Belgian User Support and Operation Center, kortweg B.USOC, gevestigd. Het B.USOC werd in 1997 opgericht door ESA en het Federaal Wetenschapsbeleid en ondersteunt onderzoekers bij hun expermenten.

Het promoot programma's voor ruimteonderzoek en de mogelijkheid om experimenten in de ruimte uit te voeren bij universiteiten, federale en regionale instituten en de industrie.

Onderzoekers kunnen er hun experimenten in de ruimte opvolgen. In het kader van Columbus heeft het de operationele verantwoordelijkheid voor twee faciliteiten van de Europese labomodule van het internationaal ruimtestation.

Producten en diensten

We willen een gezond evenwicht tussen ons wetenschappelijk werk en de diensten die we aanbieden.

Noël Parmentier benadrukt dat het werk dat op het BIRA wordt verricht heel wat praktische toepassingen heeft en van bijzonder belang is met een aantal producten en diensten naar het grote publiek en beleidsmakers toe: een uv-index voor het publiek, de beoordeling van de toestand van de aardatmosfeer ten behoeve van de beleidsmakers (o.a. voorspellingen van het stratosferisch ozon, analyses van de luchtkwaliteit, opvolgen van vulkanische uitstoot, validatie van satellietgegevens, opvolgen van uitstoot in de troposfeer)en de voorspelling van de geaccumuleerde stralingsdosis voor de ruimte-industrie.

Deze diensten zijn geïntegreerd in internationale initiatieven, zoals het Europese Global Monitoring for Environment and Security, kortweg GMES. 'Het komt erop aan een gezond evenwicht te vinden tussen ons wetenschappelijk werk en de diensten die we aanbieden', aldus Parmentier.

En het BIRA leidt ook het experiment ALTIUS voor zogenaamde atmosferische sounding met behulp van een Belgische microsatelliet, waarbij de concentratie van gassen als ozon in de bovenste lagen van de atmosfeer worden gemeten. Hierover volgt meer in een verder artikel.

Meer informatie

Het BIRA levert diensten en producten en volgt onder meer vulkanische uitstoot op

Belgisch Instituut voor
Ruimte-Aeronomie
Ringlaan 3
1180 Brussel

www.aeronomie.be

Copyright 2000 - 2014 © European Space Agency. All rights reserved.