De Europese Unie en ESA: een opbouwende en noodzakelijke toenadering

Opening Edinburgh
Opening van de ministeriële ESA-bijeenkomst in Edinburgh
27 mei 2002

Afgelopen november was voorzitter Romano Prodi van de Europese Commissie voor het eerst aanwezig op de ministeriële ESA-bijeenkomst in Edinburgh. En dat was geen toeval.

Voor specialisten zoals de Belg Jean-Pol Poncelet, Directeur Strategie en Externe Relaties bij ESA, wijst dit op de zeer belangrijke band die momenteel tussen de Europese Unie en ESA tot stand komt.

Poncelet wees erop dat "dit aantoont dat ruimteonderzoek een heuse doelstelling van de Europese Unie is geworden en dat Europa - dat volgens de doelstellingen van de top van Lissabon de meest krachtdadige samenleving moet worden op het vlak van kennis en informatie - een beroep moet doen op de ruimte. Om dat te verwezenlijken heeft de Unie het Europees Ruimtevaartagentschap (ESA) nodig, gezien zijn deskundigheid en knowhow." Hij vertelde verder dat "deze opvallende politieke steun van de Europese Unie (EU) en van de voorzitter van de Commissie een geweldige politieke hefboom voor ESA kan zijn".

Een gunstig partnerschap

Galileo system
Galileo, het navigatiesysteem van ESA

De geschiedenis en cultuur van deze twee Europese organismen zijn heel verschillend, maar de aard van hun respectieve statuten en doelstellingen vullen elkaar vaak aan. Dat nodigt eerder uit tot een toenadering en een groeiende samenwerking.

"We bevinden ons vandaag in een situatie waar enerzijds de EU en anderzijds ESA gemeenschappelijke belangen hebben, waarbij ze samen overeenstemmende projecten kunnen uitvoeren", onderlijnt Jean-Pol Poncelet, die sinds iets minder dan een jaar deel uitmaakt van de directie in de ESA-hoofdzetel te Parijs.

Een mooi voorbeeld is zonder enige twijfel de recente beslissing om van start te gaan met het ambitieuze Europese programma Galileo voor navigatie en positiebepaling via satelliet. Het is een perfecte illustratie van de samenwerking tussen een instelling - de EU - die de ruimtevaartinfrastructuur nodig heeft en voor de helft van een project wil betalen en een andere - ESA - die de nodige ervaring en technologische middelen heeft en met eenzelfde ingesteldheid de andere helft financiert. Het gaat om een primeur in de Europese geschiedenis. Het partnerschap tussen de Europese Unie en ESA is gunstig voor beide partijen.

Antonio Rodota, directeur-generaal van ESA meent dat "Galileo een cruciale strategische inzet voor Europa is. Met Galileo als voorbeeld is het de eerste keer dat een heuse Europese infrastructuur wordt opgezet die alle Europeanen ten goede kan komen. De Europese Unie is de enige politieke en regelgevende entiteit die politieke regels in Europa kan opleggen. ESA beschikt niet over deze autoriteit. De Europese Unie is dan ook een vanzelfsprekende partner om van start te gaan met een systeem dat bestemd is voor de burgers. Galileo moet een tastbare realiteit worden voor iedereen en niet alleen een mooi door ESA ontwikkeld technologisch demonstratieproject blijven."

Op aanbeveling van de Europese verantwoordelijken heeft ESA tegelijk met Galileo ook het programma GMES (Global Monitoring for Environment and Security) voor de waarneming van het milieu en veiligheid bovenaan de agenda gezet. Galileo en GMES vertegenwoordigen 20% van de 7,8 miljard euro die ESA de volgende 4 tot 5 jaar in de strijd gooit.

Een onvervangbare knowhow

Ariane 5 launcher
Ariane 5

Betekent dit dan dat ESA vóór de tussenkomt van de Europese Unie niet in staat was een ruimtevaartpolitiek uit te tekenen of er zelfs een te hebben?

"Nee!" roept Jean-Pol Poncelet uit. "Het zou een totale misvatting zijn van de geschiedenis van ESA", verzekert hij, "als men zou denken dat nu dankzij de EU een Europese ruimtevaartpolitiek geboren wordt. In tegendeel, het zijn de 30 jaar van succes en leiderschap van ESA die de interesse van de Unie voor deze laatste hebben opgewekt." Voor de vroegere Belgische vice-premier is het bilan van het Europees Ruimtevaartagentschap op meer dan één vlak een voorbeeld voor Europa. Eerst en vooral is er het politieke succes van het bondgenootschap dat 15 lidstaten verenigt. Op technologisch vlak zijn de successen nog duidelijker met vooral de ontwikkeling en bouw van de Ariane 5-lanceerraket, die momenteel als één van de meest geavanceerde in de wereld wordt beschouwd. Verder kan men ook een industrieel succes aan ESA toeschrijven dankzij de strategie waarmee een stevige industriële basis op Europees niveau kon worden gelegd en die gelijkmatig wordt verdeeld over de verschillende betrokken landen.

Met dergelijke mooie resultaten is ESA een Europese modelleerling. Men zou zich met recht afvragen wat een politiek Europa, onder de vorm van de instellingen van de Europese Unie, ESA nog in dit proces van toenadering kan bijbrengen.

Jean-Pol Poncelet
Jean-Pol Poncelet

"Hoe sterk ESA ook presteert, de organisatie is - door de eigen aard van zijn statuten en geschiedenis - een intergouvernementeel agentschap", verklaart Poncelet. "Wij kunnen slechts doen wat onze lidstaten ons opdragen of vragen. Daar staat tegenover dat de oprichting van de Europese Unie als gevolg van een verdrag in het bijzonder beantwoordt aan een supranationale wil. De instellingen van de EU kunnen beslissingen nemen op autonome wijze zonder dat ze elke keer de lidstaten moeten raadplegen, in wiens naam ze handelen."

Ze is de Europese Commissie ten volle verantwoordelijk voor de concurrentiepolitiek: ze kan bedrijven waarvan ze de activiteiten in strijd acht met de vrije concurrentie boetes opleggen. Op dezelfde manier kan ze, bijvoorbeeld met de Verenigde Staten, onderhandelen over commerciële regels die van toepassing zijn op alle lidstaten.

"Bij ESA", zegt Jean-Pol Poncelet, "ontbreken bepaalde vaardigheden als we de ruimtevaartpolitiek willen vervolledigen die we ontwikkelen. De Europese Unie brengt ons het regelgevend aspect bij. Zo zullen er zich in verband met GPS en Galileo in de toekomst heel wat vragen stellen zoals het beheer van de frequenties, de komende reglementeringen op het vlak van de volgende GPS-terminals of de problemen i.v.m. de bescherming van de privacy. Die kan bijvoorbeeld misbruikt worden wanneer automobilisten worden gelokaliseerd en verkeerdelijk naar een commercieel of publicitair adres worden geleid. Al deze reglementaire en zeer belangrijke aspecten ontsnappen aan de competentie van ESA en moeten door de Europese Unie ontwikkeld worden als we van deze ruimteprogramma's een realiteit willen maken."

De ruimte, een hulpmiddel bij de Europese politiek

Artistic view  of  Galileo
Galileo

Maar deze cruciale steun die de Europese Unie aan ESA kan geven in verschillende domeinen is geen eenrichtingsverkeer. De politieke verantwoordelijken van Europa zijn er zich ook van bewust dat de ruimtevaarttechnologie een onmisbaar hulpmiddel is om hun programma's en politiek te promoten. "In een groeiend aantal domeinen kan men niet meer om ruimteonderzoek heen en niemand stelt hierbij de competentie en knowhow van ESA in vraag", zegt Poncelet. "Wie zou een transportpolitiek kunnen vooropstellen zonder beroep te doen op navigatiesystemen zoals Galileo? Wie kan een milieupolitiek ontwikkelen zonder de middelen die de ruimtevaart biedt op het vlak van remote sensing of aardobservatie? Of nog, telecommunicatiediensten ontwikkelen zonder een infrastructuur in de ruimte? De lijst is lang", merkt de ESA-verantwoordelijke op.

Deze toenadering is dus helemaal geen krachtmeting tussen twee Europese instellingen die, zoals sommigen misschien vrezen, zouden trachten regels op te leggen of zich aan elkaar op te dringen. Elk heeft zijn eigen erkende vaardigheden. "ESA moet zich niet bedreigd voelen of afstand doen van haar principes," onderlijnt Jean-Pol Poncelet nog eens. "Het gaat er alleen om bepaalde middelen ter beschikking te stellen aan de EU of voordeel te halen uit hun samenwerking en invloed, wanneer wij daar zelf niet over beschikken. Dit proces kan misschien wel wat tijd kosten, want we moeten leren samenwerken bij ingewikkelde dossiers."

Nadenken over veiligheid

Plane
De onderwerpen veiligheid en defensie zijn interessant voor de ESA en voor de Europese Unie

Op de top van Edinburgh nodigde Romani Prodi de EU en ESA uit om zich meer bezig te houden met veiligheid en, onrechtstreeks, defensie. Antonio Rodota heeft hierop een gunstig antwoord gegeven. In samenwerking met de EU en de Raad van de Unie zal hij bekijken hoe ruimtevaarttechnologie kan gebruikt worden op het vlak van de buitenlandse politiek en de gezamenlijke veiligheid. "ESA moet bijdragen aan Europese veiligheid en, laat daar geen misverstand over bestaan, dat betekent niet dat we met militaire programma's beginnen", verklaarde de directeur-generaal van ESA, waarvan de conventie elke militaire activiteit uitsluit.

"Als men inderdaad de passage van artikel 2 van de ESA-conventie naleest, heeft de aanduiding 'for exclusively peaceful purposes' ('voor uitsluitend vreedzame doeleinden') niet meer de betekenis van de stichters in de context van de Koude Oorlog indertijd. Het concept is in 30 jaar tijd grondig geëvolueerd. Vandaag betekent dit voor ons vooral 'niet agressief'", onderlijnt de vroegere Belgische Minister van Defensie Poncelet nog.

Een voorbeeld. Noorwegen heeft belangrijke visserij-activiteiten, Noorse schepen varen de wereld rond (ze vertegenwoordigen 10% van het transport over zee in de wereld) en het land heeft belangen op het vlak van petroleum (petroleum en aardgas vertegenwoordigen 15 tot 20% van het nationaal inkomen). In het kader van veiligheid zijn hierbij satellieten (radar, teledetectie, aardobservatie, communicatie…) van cruciaal belang. Nochtans heeft een dergelijke ruimtevaartpolitiek op het vlak van veiligheid geen strikte band met militaire problemen.

Moet ESA, rekening houdend met de wereld van vandaag, eraan denken haar conventie wat betreft defensie te wijzigen?

"Helemaal niet," antwoordt Jean-Pol Poncelet duidelijk. "Belangrijk is dat iedereen de conventie op dezelfde manier aanvoelt en interpreteert. Geen enkele lidstaat vindt dat de lancering van militaire satellieten zoals Hélios, Skynet en andere kunstmanen met een militaire nuttige lading door de Europese Ariane-raket in tegenspraak is met de principes van ESA. De Frans-Spaanse satelliet Hélios is met zijn nuttige lading zelfs getest in het technologische ESA-centrum ESTEC. Dat betekent dat de consensus een eigen evolutie heeft doorgemaakt en dat vreedzame missies heel goed ook voor veiligheidsproblemen kunnen gebruikt worden."

Europa houdt steeds meer rekening met de commerciële inzet en groeiende concurrentie en ziet in deze benadering op het vlak van veiligheid een middel om de financiële of commerciële basis van zijn ruimtevaartactiviteiten nog uit te breiden. Die vertegenwoordigt immers een belangrijke markt: in de wereld vertegenwoordigen commerciële satellieten slechts ongeveer 30% van het totaal.

"Ik denk dat het normaal is dat ESA zich voor veiligheid en defensie interesseert en erover praat met de Europese Unie. Deze evolutie beantwoordt aan de Europese wil voor autonomie en onafhankelijkheid wat betreft veiligheid. Europa wil graag zelf missies leiden bij crisissituaties of bij vredesopdrachten. Maar de gezamenlijke defensie blijft een taak voor de NAVO en een eventueel conflict blijft noodzakelijk een zaak van de Atlantische Alliantie."

Copyright 2000 - 2014 © European Space Agency. All rights reserved.