ESA is dertig jaar jong

Band met de burger: in ESTEC in Noordwijk (Nederland) wordt een Meteosat-weersatelliet van de tweede generatie getest
23 juni 2005

Het Europees Ruimteagentschap ESA bestaat dertig jaar. In die tijd is het uitgegroeid tot een toonaangevende ruimtevaartorganisatie. Drie ESA-directeuren blikken terug én vooruit, waaronder onze landgenoot René Oosterlinck, kersvers Directeur Externe Relaties.

ESA ging de facto van start op 31 mei 1975. Op woensdag 29 juni wordt dertig jaar ESA gevierd bij ESTEC, de technologische ESA-vestiging in Noordwijk in Nederland.

Er is reden voor trots, maar geen tijd om stil te zitten. Een duidelijke toekomstvisie moet ESA klaarstomen voor de toekomst. Dat ESA krijgt een sterkere band met de burger krijgt, blijkt uit getuigenissen van drie ESA-directeurs. Directeur-generaal Jean-Jacques Dordain vindt alvast dat ESA trots mag zijn op de achterliggende jaren. Vooral op de samenwerking, die als een rode draad door de Europese ruimtevaartgeschiedenis loopt.

‘Toen ik in 1986 bij ESA kwam werken, zaten we in de Koude Oorlog. Programma’s waren erop gericht om Europa een onafhankelijke positie te geven tussen de grootmachten Rusland en Amerika. Vier jaar later viel het IJzeren Gordijn. Wat competitie was, werd samenwerking, binnen Europa én daarbuiten. Die samenwerking is tot nu toe alleen maar sterker geworden.’

Topjaren

Onze landgenoot René Oosterlinck, sinds begin juni Directeur Externe Relaties bij ESA.

De Europese ruimtevaartorganisatie ontstond in 1975 uit een fusie tussen ELDO, dat moest instaan voor de ontwikkeling van een Europese lanceerraket, en de wetenschappelijke ruimtevaartorganisatie ESRO.

Directeur Externe Relaties René Oosterlinck en landgenoot is sinds 1979 aan ESA verbonden en heeft de organisatie dus van dichtbij zien opgroeien. Perioden van topdrukte werden afgewisseld met magere jaren, waarin de ruimtevaartbranche het zwaar te verduren had:

‘Eind jaren zeventig werkten er bijna zeventienhonderd mensen bij ESA. Maar toen kwam het moeilijke begin van de tachtiger jaren en we dreigden terug te vallen onder de dertienhonderd. Er was een gebrek aan programma’s, maar dat veranderde toen we begonnen met Ariane en de voorbereidingen voor het internationale ruimtestation ISS. Dat betekende de opmaat naar ESA’s topjaren, met meer dan tweeduizend mensen in vaste dienst.

Dit jaar is nieuw scharnierjaar

Artist's impression of ATV launch
Met de ruimtecargo Automated Transfer Vehicle (ATV) stuur ESA weldra ladingen naar het internationala ruimtestation

Nu telt ESA zestien lidstaten en ruim negentienhonderd medewerkers. Oosterlinck:

‘We hebben zojuist een zeer succesvolle periode achter de rug. Met een lange rij wetenschappelijke satellieten, de aardobservatiesatelliet Envisat en de grote communicatiesatelliet Artemis.'

'Onze bijdragen aan het internationale ruimtestation en de ontwikkeling van het satellietnavigatiesysteem Galileo. Dit jaar is opnieuw een soort scharnierjaar. Het is nu tijd voor nieuwe grote programma’s en we zullen daar ook om vragen bij de ministeriële raad in december.’

Vraaggericht

Galileo satellite navigation system
Het satellietnavigatiesysteem Galileo

Om het succes van de afgelopen jaren door te trekken naar de toekomst, moet de nu volwassen organisatie zich altijd blijven aanpassen, vindt Michel Courtois, directeur van ESA’s onderzoekscentrum ESTEC in Noordwijk:

‘ESA is oud en toch ook jong. Enerzijds hebben we veel ervaring, we hebben missies ondernomen die voor het eerst werden uitgevoerd, in Europa, maar ook in de wereld. Maar het ruimtevaartlandschap blijft niet zoals het nu is; het wordt competitiever. Daar moeten we klaar voor zijn. ESA kiest voor een pragmatischer en meer vraaggerichte aanpak.’

Een evolutie dus, van wetenschappelijk pionier, gedreven door technologische ontwikkeling naar een vraaggerichte organisatie, die kijkt naar wat de maatschappij van ESA verlangt.

‘Dit uit zich het best in de relatie tussen ESA en de Europese Commissie’, aldus Dordain. ‘Hiermee leggen we een sterke band tussen de ruimtevaartwereld en de wereld van de Europeaan. We kijken naar wat zij willen. Dat is een belangrijk uitgangspunt.’

Ook rol voor rest van de wereld

Terugkijken in de tijd met de Hubble ruimtetelescoop

De taak van ESA blijft overigens niet beperkt tot Europese burgers, benadrukt Dordain, want ook in de rest van de wereld kan de organisatie een belangrijke rol vervullen. Bijvoorbeeld door de ruimtevaarttechnologie in te zetten voor medische hulp in ontwikkelingslanden en teleonderwijs.

En door de samenwerking te zoeken met andere ruimtevaartnaties. Buiten Europa werkt ESA al sinds het begin samen met Amerika aan een lange reeks succesvolle wetenschappelijke missies zoals SOHO, Ulysses en Hubble en recenter aan het Internationale ruimtestation ISS.

Rusland is partner in het ISS, in wetenschappelijke missies en ook in de Sojoez-lanceerraket. Japan werkt ook mee aan ISS en aan een missie naar Mercurius en China participeert in het Galileo navigatieprogramma.

Grenzen verleggen

Artist's impression of Venus Express orbiting Venus
Venus Express: de volgende stap in het planetair onderzoek

Ondanks alle veranderingen in de ruimtevaartindustrie en in de wereld, is er één stabiele factor die ook de komende dertig jaar ESA’s ‘ruggengraat’ zal zijn: wetenschappelijk onderzoek.

‘We doen fantastische dingen op wetenschappelijk gebied. Mars Express, SMART-1 naar de maan en de succesvolle landing van Huygens op de Saturnusmaan Titan', zegt Oosterlinck.

'Met onze bijdrage aan de Hubble ruimtetelescoop kunnen we zelfs terug in de tijd kijken, tot vlak na de oerknal en zien wat er allemaal in het heelal gebeurt. En we kijken uit naar de volgende stap in het planetair onderzoek: de lancering van Venus Express in oktober dit jaar.'

'We zijn grenzen aan het verleggen in de wetenschap, we exploreren de ruimte. Dat blijft spannend en wetenschappelijk van onschatbare waarde, nu en in de toekomst!’

Copyright 2000 - 2014 © European Space Agency. All rights reserved.