Een andere kijk op de aarde:
PEGASUS-programma van VITO sluit aan bij GMES

De in maart gelanceerde Europese aardobservatiesatelliet Envisat in een baan om de aarde. VITO wil het oppervlak van onze planeet ook met onbemande vliegtuigen verkennen.
29 april 2002

Satellieten leveren vanuit de ruimte een uitstekende blik op onze planeet. Maar ze hebben ook nadelen. Ze zijn relatief duur en, tenzij ze in een geostationaire baan ronddraaien, nemen ze een bepaald gebied op de aarde niet continu waar. En zelfs als ze bijvoorbeeld België overvliegen, kan een wolkendek nog stokken in de wielen steken.

Een oplossing is het gebruik van vliegtuigen. Die kunnen worden ingezet waar en wanneer dat nodig is. Maar ook hier zijn er nadelen. Ook de inzet van vliegtuigen is niet goedkoop en er zijn minstens twee bemanningsleden nodig om goed te kunnen waarnemen. Verder hebben de vliegtuigen, die tussen 1,5 en 4 kilometer hoogte vliegen, ook hinder van eventuele slechte weersomstandigheden.

De Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) in Mol wil onze planeet nu op een nog andere manier bekijken. In het kader van het programma PEGASUS, kort voor Policy support for European Governments by Acquisition of information from Satellite and UAV born Sensors, wil VITO een netwerk van ongeveer 50 onbemande vliegtuigen inzetten die op een hoogte van 12 tot 20 kilometer het aardoppervlak waarnemen.

De UAV's of Unmanned Aerial Vehicles (UAV) moeten permanent boven Europa rondcirkelen. Ze werken op zonne-energie, met zonnepanelen die automatisch de stand van de zon volgen, en kunnen maanden of zelfs jaren in de lucht blijven zonder te landen. Ze meten de hoogte van de bodem en leveren heel nauwkeurige informatie over specifieke onderwerpen zoals vegetatie, water en gebouwen. UAV's kunnen bijzondere opdrachten uitvoeren zoals het opsporen van bosbranden of vervuiling en het volgen van scheepsbewegingen. Een groot voordeel is dat de UAV-beelden details van amper 10 tot 15 centimeter laten zien.

VITO heeft om een dergelijk netwerk op te zetten een consortium gevormd met Alcatel (Frankrijk en België), Astrium (Duitsland), Trasys (België) en Logica (Verenigd Koninkrijk). Belgische partners zijn Alcatel Bell, SONACA en OIP Sensor Systems. De bouw van het vliegtuig zou in België gebeuren. In Mol zou het grondstation komen. Misschien kan daarbij een geostationaire communicatiesatelliet zoals de ESA-kunstmaan ARTEMIS zijn diensten aanbieden.

PEGASUS zou al in 2006 van start gaan en tegen 2008 volledig operationeel zijn. Beelden en gegevens zijn beschikbaar voor de overheid en individuele gebruikers zoals bijvoorbeeld bij gerichte besproeiing of bemesting, cartografische toepassingen, het inschatten van overstromingsgevaar en de inplanting van gsm-masten.

PEGASUS sluit mooi aan bij het GMES-initiatief van ESA en de Europese Commissie. In het kader van GMES of Global Monitoring of the Environment and Security moet tegen 2008 een samenhangend en gebruiksgericht informatiesysteem ontwikkeld worden dat tegemoet komt aan specifieke noden in domeinen als het milieu, de landbouw, regionale ontwikkeling, veiligheid en transport.

GMES wil de beschikbare middelen voor aardobservatie via satellieten als de ESA-kunstmaan Envisat en andere systemen samenbrengen. Dat komt ten goede aan onderzoekers, beleidsmakers en de industrie die het soms moeilijk hebben de juise informatie te bekomen voor hun specifieke noden. GMES richt zich op drie grote thema's: de veranderingen die zich op wereldschaal op langere termijn afspelen zoals de klimaatsveranderingen, snellere en geografisch beperktere evoluties zoals woestijnvorming en natuurrampen die zich plaatselijk en in relatief korte tijd afspelen.

ESA en de Europese Commissie hebben alvast op 19 maart gebruikers en leveranciers van GMES-diensten en -technologie bijeengebracht. En VITO stelde haar PEGASUS-programma voor bij het bezoek van Philippe Busquin, Europees Commissaris voor Onderzoek en Wetenschap, op 25 maart.

VITO heeft in het verleden zijn knowhow op het vlak van aardobservatie reeds bewezen. Met behulp van software van het Belgische bedrijf Trasys Space verwerkt en archiveert het de waarnemingen van het multispectrale instrument Vegetation aan boord van de aardobservatiesatellieten SPOT-4 en, weldra, SPOT-5. Het instrument wordt gefinancierd door de Europese Commissie, CNES (Frankrijk), ASI (Italië), SNSB (Zweden) en DWTC (België). Het levert om de twee dagen een globaal beeld van de biosfeer over de continenten met een resolutie van 250 meter. De Vegetation-gegevens kunnen in combinatie met hoge resolutie-beelden worden gebruikt om permanent de complexe wisselwerking tussen de vegetatie op onze planeet en de veranderingen in de atmosfeer te bestuderen. Vegetation is aldus een voorloper van GMES.

Copyright 2000 - 2014 © European Space Agency. All rights reserved.