Het dagboek van Frank De Winne - maandag 7 september 2009

De spaceshuttle Discovery met in het laadruim de module Leonardo

Een van de belangrijkste Europese bijdragen aan het ISS is de laboratoriummodule Columbus, die in februari vorig jaar aan het internationaal ruimtestation werd vastgemaakt. Ik heb een belangrijk onderdeel van het Data Management System (DMS) van Columbus hersteld.

Het DMS vormt de basis van de software aan boord van Columbus en bestaat uit een reeks computers en andere elektronische apparatuur. Op 21 augustus verwijderde en verving ik de defecte Command & Monitoring Unit 1 (CMU 1), één van vier dergelijke eenheden van het DMS. Ik werkte daarbij samen met het vluchtleidingscentrum voor Columbus, het Columbus Control Centre (Col-CC) in Oberpfaffenhofen in Duitsland. Vanuit het controlecentrum kon men via video mijn activiteiten op de voet volgen. De herstelling bleek succesvol en de nieuwe eenheid werkt goed.

STS 128-commandant Rick Sturckow (rechts), ikzelf (links) en Christer Fuglesang bij de voorbereidingen voor het openen van het luik naar Leonardo

Op 31 augustus om 02.54 uur Belgische tijd koppelde de Amerikaanse spaceshuttle Discovery aan het ISS. Een kleine veertig minuten later kon ik naast zes Amerikaanse astronauten ook mijn Zweedse ESA-collega Christer Fuglesang hartelijk begroeten.

Zoals ik al eerder schreef is het bezoek van collega's een meer dan welke afwisseling in de dagelijkse routine. Voor de tweede keer tijdens mijn ruimtemissie waren er aldus dertien mensen aan boord van het ISS: de zevenkoppige bemanning van de Discovery en de vaste zeskoppige expeditie 20-bemanning van het ISS.

De Discovery transporteerde als belangrijkste lading een Multipurpose Logistics Module (MPLM) met een massa van 4,5 ton naar het ISS. Deze module heet Leonardo en samen met Donatello en Raffaello is het zoals hun namen suggereren één van drie door Italië gebouwde MPLM's.

Met dertien in het ISS...

Men kan deze modules enigszins vergelijken met een verhuiswagen die – netjes opgeborgen in het laadruim van de shuttle - tot tien ton aan apparatuur, experimenten en voorraden van en naar het ruimtestation kan brengen.

Tegelijk doen ze ook dienst als tijdelijke onder druk gebrachte ISS-modules. Ze worden met de robotarm van de spaceshuttle aan het ISS vastgemaakt, waarna we ze kunnen uitladen en terug volstouwen met materiaal.

Daarna keren ze met de shuttle terug naar de aarde. Volgend jaar zou de module Raffaello permanent aan het ISS worden vastgemaakt en wordt het ruimtestation weer wat groter.

Mijn ESA-collega Christer Fuglesang, vast verankerd op de robotarm Canadarm 2, tijdens een ruim zes uur durende ruimtewandeling aan de buitenzijde van het ISS

Christer en ik waren nauw betrokken bij de activering van Leonardo. Alles verliep naar wens en we zweefden voorop op het voorziene schema de tijdelijke uitbreiding van onze ruimtewoning binnen.

Een van de items die we vanuit Leonardo naar het ISS overbrachten was het rack met de onderdelen van onze nieuwe loopmachine T2 (Treadmill 2). Die is afgeleid van de oorspronkelijke ISS-loopband, maar gebruikt een ander systeem voor de onderdrukking van trillingen, die delicate experimenten kunnen verstoren. De band werd COLBERT genoemd, naar de Amerikaanse tv-persoonlijkheid Stephen Colbert.

We trokken ook de nodige tijd uit voor de installatie van een aantal rekken met wetenschappelijke apparatuur, waaronder de tweede door Europa gebouwde Minus Eighty-Degree Laboratory Freezer for ISS 2, of kortweg MELFI 2. Een eerste MELFI bevindt zich in het Amerikaanse lab Destiny, dit tweede exemplaar is bestemd voor het Japanse lab Kibo. Met de MELFI-vrieskasten kunnen we stalen en experimenten tot min 80°C afkoelen.

Copyright 2000 - 2014 © European Space Agency. All rights reserved.