Het dagboek van Frank De Winne - zondag 30 augustus 2009

Groepsfoto in de module Harmony met in de richting van de klok en onderaan te beginnen Gennadi Padalka, Tim Kopra, Robert Thirsk, Roman Romanenko, mezelf en Michael Barrat

Op 29 augustus is de spaceshuttle Discovery (vlucht STS 128) met een nachtelijke lancering vanaf Cape Canaveral in Florida naar het ISS vertrokken met aan boord zeven astronauten, waaronder mijn Zweedse ESA-collega Christer Fuglesang. Over zijn missie Alissé vertelde ik reeds in het vorig dagboekverhaal en in het volgende zal ik het over het bezoek van de Discovery hebben.

Gisteren draaide het internationaal ruimtestation ISS overigens op een gemiddelde hoogte van 348 kilometer boven het aardoppervlak. Het dichtste punt bij de aarde (het perigeum) lag op 342 kilometer hoogte, het hoogste (het apogeum) op 354 kilometer. Het ISS legt in iets meer dan anderhalf uur één baan rond de aarde af, dat is dus bijna 16 keer in één etmaal! De hoek die de baan van het station met de evenaar maakt bedraagt iets minder dan 52°.

Door de (op deze hoogte weliswaar heel geringe) wrijving van de atmosfeer draait het station elke dag iets dichter bij de aarde. De afgelopen 24 uur verloor het aldus 44 meter aan hoogte. Dit cijfer varieert van dag tot dag omdat als gevolg van veranderingen van de zonneactiviteit de dichtheid van de buitenste lagen van de atmosfeer varieert.

Hier werk ik met het Combustion Integrated Rack (CIR) in het lab Destiny

Er is overigens geen gevaar dat we te laag bij de aarde komen want regelmatig krijgt het ISS een duwtje 'omhoog', onder meer door de motoren van ruimtetuigen die het ISS bevoorraden, zoals ESA's Automated Transfer Vehicle (ATV). En nog een leuk cijfer: de eerste gelanceerde ISS-module Zarja heeft sinds zijn lancering in november 1998 al meer dan 61.750 banen om de aarde afgelegd.

Eerder deze maand hielp ik bij het herstel van de Fluids & Combustion Facility (FCF), waarvan het Combustion Integrated Rack (CIR) een onderdeel is. Deze apparatuur beindt zich aan boord van de Amerikaanse laboratoriummodule Destiny. CIR is een faciliteit waarbij in een verbrandingskamer van 100 liter verbrandingsverschijnselen in een toestand van gewichtloosheid worden onderzocht. Het is de enige facilieit van die aard aan boord van het internationaal ruimtestation.

Aan het werk in de module Unity van het ISS

Als afsluiting van deze bijdrage verwijs ik nog graag naar de quiz die het onderwijsteam van ESA Human Spaceflight en UNICEF lanceren voor de Europese kinderen van 12 tot 14 jaar met als thema water op de aarde en in de ruimte.

Als goodwill ambassador van UNICEF België ligt het thema water mij bijzonder nauw aan het hart. Ook de naam OasISS van mijn ruimtemissie verwijst onder meer naar water. UNICEF voert momenteel de campagne WaSH rond projecten voor water, sanitaire voorzieningen en hygiëne.

Samen aan tafel in de module Unity met mijn collega's van expeditie 20 Tim Kopra (links), Roman Romanenko (midden) en Michael Barratt (rechts)

Door aan de quiz deel te nemen komen de jongeren meer te weten over water op de aarde en in de ruimte. Het begin van de quiz is voorzien voor 9 september en vanaf dan worden er tot 30 september in totaal tien vragen gepubliceerd op het internet. Ik zal zelf op 6 oktober de winnaar vanuit het ISS bekend maken.

Voor alle informatie over de quiz klik hier.

Copyright 2000 - 2014 © European Space Agency. All rights reserved.