Het nieuwe wetenschappelijk programma van ESA: 'Cosmic Vision 2020'

Mars Express, lancering voorzien in juni 2003
30 mei 2002

Als gevolg van de ministeriële ESA-bijeenkomst in Edinburgh in november 2001 werd het wetenschappelijk programma van ESA grondig herzien. Dat gebeurde in nauwe samenwerking met de wetenschappelijke gemeenschap, de industrie en de delegaties van de ESA-lidstaten.

De resultaten werden voorgesteld tijdens de 99ste bijeenkomst van het Science Programme Committee van ESA in Andenes (Noorwegen) op 22/23 mei. Het comité noteerde tijdens de bijeenkomst de schrapping van de Venus Express-missie, maar ondersteunde sterk het door de Executieve voorgestelde plan en de uitvoering ervan.

De resultaten van de ministeriële bijeenkomst in Edinburgh in november 2001 waren niet zo positief als verwacht voor het wetenschappelijk programma van het Europese ruimtevaartagentschap. Het geld dat beschikbaar werd gemaakt bleek niet voldoende om het langetermijnprogramma uit te voeren, dat in oktober 2000 door het Science Programme Committee was goedgekeurd en dat gebaseerd was op de financiële vooruitzichten die door hetzelfde comité in mei 1999 in Bern waren goedgekeurd. De fondsen die in Edinburgh ter beschikking werden gesteld hielden in feite in dat een missie zoals bijvoorbeeld GAIA moest geschrapt worden.

Na uitvoerige raadpleging van alle partners kon de Executieve een herzien plan voorstellen. Daarbij bleven niet alleen de in oktober 2000 goedgekeurde missies behouden, maar kon er nog het project Eddington aan worden toegevoegd. Het nieuwe plan houdt de volgende missies in (gerangschikt per 'productiegroep'):

ASTROFYSICA

Integral
Integral wordt in oktober 2002 gelanceerd.

Groep 1:

XMM-Newton (1999) en INTEGRAL (2002) zijn observatoria die het 'gewelddadige' heelal in röntgen- en gammastraling onderzoeken.

Groep 2:

Herschel verkent het universum in het infrarood en microgolven. Planck onderzoekt de kosmische achtergrondstraling en Eddington gaat op zoek naar planeten buiten het zonnestelsel en bestudeert de seismologie van sterren. Deze drie missies zullen gelanceerd worden in 2007-2008.

Groep 3:

GAIA zal meer dan één miljard sterren waarnemen en de mysteries rond het ontstaan van ons melkwegstelsel helpen ontrafelen. Hij wordt niet later dan 2012 gelanceerd. Na 2012 volgen nieuwe missies in deze groep.

ONDERZOEK VAN HET ZONNESTELSEL

Rosetta preparation
Vibratietesten met Rosetta (lancering in januari 2003) te ESTEC

Groep 1:

Rosetta (lancering in 2003) zal de komeet Wirtanen onderzoeken, Mars Express (2003) verkent onze buurplaneet vanuit een baan eromheen en zal de lander Beagle 2 op het Marsoppervlak neerzetten. Venus Express, een 'orbiter' in een baan om Venus, zou tot deze groep hebben behoord.

Groep 2:

SMART-1 (2003) zal op weg naar de maan 'solar propulsion'-technologie uittesten. BepiColombo is een Mercurius-missie en Solar Orbiter zal de zon nader bekijken (lancering van deze missies is voorzien in 2011-2012).

FUNDAMENTELE NATUURKUNDE

Artist's impression of the SMART-1 mission
SMART-1 gaat begin 2003 op weg naar de maan

STEP (2005) is een test van het 'equivalentieprincipe'. Of deze missie, waarbij de aard van massa en de basis van mechanica worden getest, doorgaat hangt af van een beslissing van de NASA, die de belangrijkste partner is bij dit project. SMART-2 (2006) is een technologische demonstratiemissie voor LISA, een gezamenlijk project met de NASA, waarbij naar gravitatiegolven wordt gezocht (2011). Daarnaast werkt ESA ook samen met NASA bij het programma NGST (Next Generation Space Telescope), de opvolger van de Hubble-ruimtetelescoop.

De 'productiegroepen' zijn meer dan een wetenschappelijke indeling. De missies in elke groep worden waar mogelijk op synergetische wijze opgebouwd met alledaagse technologie en teams van ingenieurs. Een dergelijk scenario zal steunen op nieuwe werkmethoden. Zo zullen BepiColombo en Solar Orbiter met internationale partners worden uitgevoerd als één enkele activiteit, wat een aanzienlijke besparing oplevert. Ook Herschel/Planck en Eddington worden één enkel project waarbij dezelfde 'bus' wordt gebruikt. Dit houdt in dat Eddington niet later dan 2008 wordt gelanceerd. GAIA zal belangrijke technische veranderingen ondergaan. Dit zal de kostprijs doen dalen, maar toch dezelfde wetenschappelijke oogst opleveren. GAIA zal niet later dan 2012 worden gelanceerd, de in Bern afgesproken datum.

Men hoopt ook op wezenlijke kostenbesparingen bij de ontwikkeling en bouw van ruimtetuigen door het gebruik van nieuwe technologieën. En verder: de tijdige beschikbaarheid van nuttige ladingen (één van de grote actuele problemen) en het aanvaarden van grotere algemene risico's en van een complexer management.

Het spreekt voor zich dat de uitvoering van een dergelijk ambitieus programma vanaf het begin de volledige inzet inhoudt van alle betrokken partijen, namelijk de industrie, de Executieve, de nationale agentschappen die voor de financiering zorgen en de wetenschappelijke gemeenschap.

De Executieve had aanvankelijk ook het programma Venus Express in haar voorstel opgenomen. Het zou onmiddellijk van start zijn gegaan. Maar de Directeur van het wetenschappelijk programma van ESA David Southwood besloot het voorstel terug te trekken omdat niet aan de voorafgaande voorwaarden was voldaan. De Executieve zal in de toekomst deze houding moeten aannemen om ervoor te zorgen dat het programma met succes kan worden uitgevoerd.

The BepiColombo spacecraft arrriving at the planet Mercury
BepiColombo arriveert bij de planeet Mercurius

Het aanvaarden van grotere risico's houdt in dat het programma minder soepel kan inspelen op situaties zoals het verlies van de Cluster-missie in 1996. Toen werd in 4 jaar tijd een nieuwe missie gerealiseerd.

Het goedgekeurde scenario omvat een periode van tien jaar en bevat natuurlijk een aantal onzekerheden. Daar zal men zo goed mogelijk gebruik van trachten te maken. Zo kan bij elke gecombineerde reeks missies (Herschel/Planck/Eddington en BepiColombo/Solar Orbiter) de lanceersequentie geoptimaliseerd worden. Het werk aan GAIA zal onmiddellijk beginnen zodat misschien een vroegere lanceerdatum mogelijk is. De lanceerdata van een aantal belangrijke elementen in het programma, waarbij met andere partners wordt samengewerkt (zoals STEP, NGST en LISA) vallen buiten de controle van ESA. Tegelijk moeten (wel door ESA gecontroleerde) activiteiten flexibel kunnen worden uitgevoerd om ze aan de werkdruk te kunnen aanpassen. Verdere internationale samenwerking bij programma's en nuttige ladingen kan een goede zaak zijn. In het bijzonder kan een belangrijke bijdrage van de NASA aan de Solar Orbiter als deel van het programma International Living with a Star (ILWS) verbonden worden met een Europese deelname aan andere elementen van het Amerikaanse LWS/STP-programma.

Hoe denkt David Southwood over het nieuwe plan? "Wonderbaarlijk of niet, we moeten ons realiseren dat we gewoonweg verder bouwen op de erfenis van mijn voorganger Roger Bonnet. Natuurlijk gaan we verder. Maar zijn gewoonte om open te staan voor verandering en de volle inzet te vragen van alle betrokkenen voor de wetenschap ligt aan de basis van wat we nu aan het doen zijn."

De nieuwe naam Cosmic Vision 2020 van het wetenschappelijk programma verwijst naar het heelal, maar het programma geeft ook een 'visie' op de nieuwe technologie en management hier op de aarde. Bij de financiering van het nieuwe plan gaat men ervan uit dat de koopkracht in de jaren na 2005 behouden blijft. Voor de Executieve is er geen bijkomend bewijs meer nodig dat het wetenschappelijk programma een uitermate goede investering is. Meer beschikbaar geld kan het alleen maar beter maken. Als dat er zou komen dan is de 'sky' letterlijk de 'limit'.

Meer informatie bij:
ESA Media Relations Office
Tel: +33(0)1.53.69.7155
Fax: +33(0)1.53.69.7690

Copyright 2000 - 2014 © European Space Agency. All rights reserved.