Lancering MetOp op 17 oktober:
Belgische specialisten van de partij

MetOp 1 bevindt zich sinds april op de kosmodroom Bajkonoer in Kazachstan
9 oktober 2006

Op dinsdag 17 oktober moet een Sojoez-Fregat-raket vanaf de lanceerbasis Bajkonoer in Kazachstan Europa's meteorologisch observatorium MetOp in een baan om de aarde brengen. Bij het programma zijn ook Belgische specialisten betrokken.

Door een mechanisch incident op de lanceerbasis op 30 september moest de oorspronkelijke lanceerdatum (zaterdag 7 oktober) worden uitgesteld. MetOp maakt onderdeel uit van een gezamenlijk programma van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA en de Europese organisatie voor de exploitatie van weersatellieten Eumetsat.

Reeks van drie

Deze eerste van drie MetOp-satellieten weegt 4082 kilogram en moet in een bijna-polaire baan rond de aarde komen. Hij zal het weer, het klimaat en het milieu op onze planeet waarnemen. Met de MetOp-reeks, die tot 2020 operationeel moet zijn, treedt Eumetsat de Amerikaanse National Oceanic & Atmospheric Administration (NOAA) bij, die instaat voor de burgerlijke weersatellieten van de Verenigde Staten. Europa zal instaan voor waarnemingen 's ochtends (09.30 uur plaatselijke tijd), terwijl de Amerikanen de waarnemingen 's namiddags (14.00 uur) verzekeren.

De MetOp-satellieten draaien in tegenstelling tot de succesvolle Meteosat-weersatellieten niet in een geostationaire baan op 36.000 kilometer boven de evenaar (van waaruit een satelliet vanaf de aarde gezien stilstaat aan de hemel). Ze zullen daarentegen 40 keer dichter bij het aardoppervlak in een bijna-polaire baan rond onze planeet draaien op een hoogte van 843 kilometer. Daardoor kunnen ze op kleinere schaal met hun hypermoderne boordinstrumenten veel meer details waarnemen.

Die instrumenten zullen nog nauwkeuriger en gedetailleerder dan hun voorgangers (zoals aan boord van ESA's aardobservatiesatelliet Envisat) gegevens verzamelen vanaf het aardoppervlak tot de hoge stratosfeer. Ze zullen onder meer de temperatuur en de vochtigheid van de lucht meten en windsnelheden en -richtingen. En ze bekijken ook de ozonconcentratie, vervuiling, broeikasgassen en chloor- en broomverbindingen.

Kennis en knowhow van het BIRA

GOME-2
Het instrument GOME 2 aan boord van MetOp

Het Belgisch Instituut voor Ruimte-Aeronomie (BIRA) ontstond in de jaren '60 uit het Koninklijk Meteorologisch Instituut (KMI) en vormt samen met het KMI en de Koninklijke Sterrenwacht van België (KSB) de zogenaamde Ruimtepool in Ukkel.

Het BIRA is van de partij bij de verwerking en de analyse van de gegevens die twee belangrijke instrumenten aan boord van MetOp gaan verzamelen. Het gaat om het Global Ozone Monitoring Experiment 2 (GOME 2), dat is afgeleid van een gelijkaardig instrument aan boord van Envisat, en de Infrared Atmospheric Sounding Interferometer (IASI) , een gloednieuw instrument dat één van meest complexe is die ooit meevloog aan boord van een meteorologische kunstmaan.

Het BIRA doet mee aan de validatie van de meetgegevens in zijn hoedanigheid als coördinator van activiteiten in het kader van het wereldwijd Network for the Detection of Atmospheric Composition Change (NDACC), dat veranderingen in de samenstelling van onze atmosfeer onderzoekt, en eveneens als organisator van een waarnemingscampagne op het eiland Réunion.

GOME 2 en IASI gaan de scheikundige samenstelling van de atmosfeer meten in verschillende banden van het spectrum, de eerste in ultraviolet en zichtbaar licht, de tweede in het infrarood.

Surveillancedienst

Le lanceur Soyouz
De Sojoez-lanceerraket voor MetOp in de assemblagehal op Bajkonoer

Door deze complementaire waarnemingen te combineren zullen onderzoekers kunnen beschikken over nauwkeurige waarnemingen van verschillende meteorologische variabelen (wind, wolkendek, temperatuur, waterdamp), over de verschillende sporengassen die het klimaat beïnvloeden, over de kwaliteit van de lucht en de ozonlaag en over aerosols (kleine vaste of vloeibare druppeltjes die gedurende lange tijd in de atmosfeer blijven ronddrijven).

De onderzoeksteams van het BIRA zijn in het bijzonder geïnteresseerd in bestanddelen die de scheikundige reacties in de troposfeer beïnvloeden. De troposfeer is de atmosferische laag die zich vanaf de grond tot een hoogte van ongeveer 12 kilometer uitstrekt. De expertise van het BIRA op dit vlak is wereldwijd erkend.

De waarnemingen van broeikasgassen door het instrument IASI moeten onze kennis van de evolutie van het klimaat verbeteren en de toepassingen en de gevolgen van het Kyoto-protocol nagaan. Het gaat om gassen als koolstofdioxide, methaan, stikstofoxide en chloorfluorkoolwaterstoffen, beter bekend als cfk's.

De gegevens van GOME 2 over ozon, stikstofdioxide, zwavelanhydride en formaldehyde en de waarnemingen van IASI in verband met koolstofmonoxide en salpeterzuur zullen ons beter de mechanismen doen begrijpen die ons chemisch weer bepalen. Samen met de knowhow van het BIRA maken ze het mogelijk op Europese schaal een surveillancedienst op te zetten die de luchtkwaliteit en de mobiliteit van vervuilende bestanddelen in de atmosfeer in de gaten houdt.

Deze dienst zal een van de elementen zijn van het wereldwijde systeem Global Monitoring for Environment & Security (GMES), dat de Europese Unie momenteel ontwikkelt. De waarneming van zwavelanhydride van vulkanische oorsprong moet onder meer zijn diensten bewijzen bij de controle van het luchtverkeer. De ozonwaarnemingen en de metingen van stikstofverbindingen en chloor- en broomoxiden maken de evaluatie mogelijk van de reële impact van het Montreal-protocol over de stratosferische ozonlaag.

MetOp, het KMI en de Belgische industrie

MetOp: de lancering is nu voorzien voor 17 oktober

Voor de voorspelling van de evolutie van het weer en het klimaat zullen de operationele diensten van het Koninklijk Meteorologisch Instituut (KMI) met het MetOp-observatorium kunnen beschikken over een andere kijk - dankzij verticale metingen - op de capriolen van het weer.

Verder zullen de onderzoekers van het KMI, die betrokken zijn bij programma's die de ozonlaag, de evolutie van het klimaat en de invloed van de zon op de aarde in de gaten houden, kunnen beschikken over een nooit eerder geziene oogst aan waarnemingsgegevens.

De komende jaren zullen aldus niet alleen nauwkeurigere voorspellingen over langere perioden mogelijk zijn, maar zullen er kaarten kunnen worden opgesteld van de circulatie van de gassen die de globale veranderingen op onze planeet veroorzaken.

Ook de industrie van ons land is bij het MetOp-programma betrokken. Alcatel Alenia Space ETCA in Charleroi leverde ongeveer 100 kilogram elektronica voor de eerste MetOp, met name de regelaar in het hart van de elektrische voeding van de satelliet, eenheden voor warmteregeling voor de nuttige lading aan boord en convertoren voor de scatterometer, die windsnelheden moet meten boven de oceanen.

Alcatel Alenia Space Antwerp in Hoboken stond in voor de Omnisat-apparatuur voor de ontvangst van gegevens in de belangrijkste MetOp-grondstations. Rhea Systems in Louvain-la-Neuve is dan weer betrokken bij de informatica voor de verwerking van de MetOp-gegevens en de operaties met de satelliet.

Meer informatie

Stephanie.fratta@aeronomie.be
Tel. 02/373.04.49

Copyright 2000 - 2014 © European Space Agency. All rights reserved.