Programma Vegetation op conferentie in Antwerpen

Een wieg van de mensheid: het noorden van Mesopotamië was een graanschuur van de antieke wereld
2 juli 2013

De recente lancering van de in België gebouwde satelliet Proba-V is een nieuwe mijlpaal voor de waarneming vanuit de ruimte van de plantengroei op onze planeet. In Antwerpen wordt nu een balans opgemaakt van het programma Vegetation, waarvoor de Europese Commissie 15 jaar geleden het licht op groen zette.

Proba-V ging op 7 mei laatstleden de ruimte in. Deze technologisch geavanceerde satelliet zal de waarneming van het reilen en zeilen van de vegetatie op onze planeet door de Franse SPOT-satellieten voor aardobservatie voortzetten.

Het Federaal Wetenschapsbeleid (Belspo) en de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) verwelkomen op 4 en 5 juli op de conferentie Probing Vegetation in Antwerpen een hele gemeenschap van gebruikers en andere betrokkenen bij het programma Vegetation, dat de Europese Commissie in het kader van haar Joint Research Centre (JRC) in de jaren '90 opstartte.

Het eerste Vegetation-instrument ging de ruimte in aan boord van de Franse satelliet voor aardobservatie SPOT 4 in maart 1998 en was een jaar later operationeel. Sindsdien stromen de gegevens over de vegetatie op onze planeet binnen in het Centre de Traitement Images Végétation (CTIV), dat zich in het VITO in Mol bevindt.

Het CTIV bewerkt en archiveert de opnamen van Vegetation. Het eerste instrument keeg in mei 2002 gezelschap van een tweede exemplaar aan boord van SPOT 5. Dat werd in maart 2003 operationeel.

Proba V betekent voor beide instrumenten de aflossing van de wacht. Europa's nieuwe Vega-lanceerraket lanceerde deze made in Belgium satelliet afgelopen mei bij haar tweede missie naar de ruimte. Het nieuwste Vegetation-instrument wordt momenteel getest vanuit het ESA-grondstation Redu, met Spacebel en Redu Space Services (RSS).

De nominale operaties van Proba V beginnen naar verwachting in november van dit jaar en moeten een link leggen naar het programma Sentinel 3. Dat maakt deel uit van het programma Copernicus (vroeger bekend als Global Monitoring for Environment and Security of GMES). De lancering van een eerste van twee Sentinel 3-aardobservatiesatellieten is voorzien voor 2014. 

15 jaar waarnemingen

De ecologische catastrofe van het Aralmeer, gezien door Vegetation

De conferentie Probing Vegetation viert 15 jaar waarnemingen met Vegetation, een eerste Europese etappe op het vlak van operationele toepassingen van aardobservatie vanuit de ruimte.

Niet minder dan astronaut Frank De Winne zal de openingssessie voorzitten. Ook Prins Filip en Staatssecretaris voor Wetenschapsbeleid Philippe Courard zullen de conferentie met hun aanwezigheid vereren.

De 'vader' van Vegetation bij Europese Commissie Jean-Pierre Malingreau en ESA Director of Technical and Quality Management Franco Ungaro zullen een korte uiteenzetting geven, evenals vertegenwoordigers van de Europese orginisatie voor de exploitatie van meteorologische satellieten Eumetsat, het Copernicus-bureau en JRC Ispra.

De conferentie is een mooie gelegenheid om te illustreren hoe een ruimteprogramma – in dit geval voor de waarneming van het milieu op onze planeet – innovatie kan stimuleren. Het VITO en verschillende universiteiten en onderzoeksinstituten zullen er laten zien hoe ze gebruikmaken van opnamen met details van één kilometer.

De beelden tonen de veranderingen in de biosfeer: de evolutie van droogte, schade aan de biodiversiteit (het gevolg van onder meer overstromingen en bosbranden), sneeuwval en ijsvorming, watervoorraden… Het gebruik van de Vegetation-opnamen leidde tot nieuwe methoden en deed onderzoekers en gebruikers in Afrikaanse, Latijns-Amerikaanse en Aziatische landen de vruchten plukken van aardobservatie via satelliet.

Sleutelrol voor Europa

ESA-directeur-generaal Jean-Jacques Dordain presenteert een maquette van Proba-V aan Staatssecretaris Philippe Courard op het recente lucht- en ruimtevaartsalon van Le Bourget

Tot nu hebben zowat 14.000 gebruikers over de hele wereld gebruikgemaakt van de ongeveer 50.000 gigapixel aan informatie, die in het VITO is opgeslagen. Dat is een enorme hoeveelheid als men weet dat één gigapixel 1000 keer zoveel informatie als een megapixel bevat.

Een en ander maakt duidelijk dat Europa een sleutelrol speelt bij het toegankelijk maken van opnamen en software die het gevolg zijn van de waarnemingen van de aarde vanuit de ruimte. Dit laat het beste verhopen voor het systeem Copernicus, dat zoveel mogelijk operationele spin-offs van aardobservatie wil aanwenden in domeinen als milieu en veiligheid. 

Met Proba V krijgt het systeem Vegetation een nieuwe dimensie. Het instrument met drie telescoopspiegels aan boord van de satelliet voert waarnemingen uit die details van amper 300 meter kunnen tonen. Dat is niet alleen beter dan Vegetation 1 en 2 aan boord van SPOT 4 en 5, maar de nieuwste Vegetation-versie is met een ruim vier keer kleinere massa ook veel compacter. De eerste twee exemplaren wogen met een massa van ongeveer 140 kilogram evenveel als de hele Proba V-satelliet...

Proba V krijgt dan ook met reden alle aandacht op de tweede dag van de conferentie, met onder meer aandacht voor de rol van de satelliet in het Earthwatch-programma van ESA en een blik op de toekomst. De nadruk zal vooral liggen op het gebruik van opnamen met middelhoge resolutie. Die kunnen dienen om ecosystemen in de landbouw en de evolutie van oogsten in de gaten te houden.

Copyright 2000 - 2014 © European Space Agency. All rights reserved.