Satellieten ter bescherming van gorilla’s

6 november 2003

Een project waarbij systemen voor aardobservatie worden ingezet ter bescherming van bedreigde berggorilla’s is weer een stap verder. In Parijs kwamen namelijk alle betrokkenen bijeen die deze gegevens in de Afrikaanse regenwouden zullen gebruiken.

De mens blijkt een slechte buur te zijn van de bedreigde berggorilla. Nog slechts enkele honderden gorilla’s zijn nog in leven. De gorilla’s leven in de regenwouden van Rwanda, Oeganda en de Democratische Republiek Kongo, geconcentreerd in een aantal nationale parken verdeeld over deze drie landen. Ontbossing en illegaal stropen bedreigen dit habitat – en het voortbestaan van de gorilla’s.

De United Nations Educational, Scientific and Cultural Organisation (UNESCO) heeft deze parken aan de werelderfgoedlijst toegevoegd. Maar hoewel deze sites beschermd zijn, worden zij door regionale onrust en het groeiend aantal vluchtelingen bedreigd, nu steeds meer mensen in de parken op zoek gaan naar brandstof en landbouwgrond.

In april is daarom een gezamenlijk project van de ESA/UNESCO genaamd BeGO (Build Environment for Gorilla) van start gegaan. Binnen het kader van dit project zullen satellietgegevens worden gebruikt om de afgelegen en vaak onherbergzame berggebieden in kaart te brengen ten behoeve van dierenbeschermingsorganisaties en lokale autoriteiten die zich over de berggorilla’s ontfermen.

Afgelopen week werd een driedaagse BeGO-workshop in het hoofdkwartier van de UNESCO in Parijs georganiseerd.

Het was een bijeenkomst van experts op het gebied van gorillabescherming van het International Gorilla Conservation Programme, de Wildlife Conservation Society, het Dian Fossey Gorilla Fund International en het Institut Congolais de Conservation de la Nature.

Er waren ook vertegenwoordigers aanwezig van het United Nations Great Ape Survival Project (GRASP) en instanties van het Virunga National Park in Kongo op de grens van Rwanda en Oeganda.

Zij ontmoetten vertegenwoordigers van zowel ESA en UNESCO als technici van Synoptics, het in Nederland gevestigde bedrijf dat de BeGO-gegevens levert.

Er werd over een aantal operationele aspecten van het project gepraat, zoals het in kaart brengen van wat gebruikers verlangen – onder meer het instellen van een uniforme, geografische standaard die voor alle satellietgegevens moet worden gebruikt – en de organisatie van het project voor de verzameling van gegevens op de grond.

"Het belangrijkste voor alle betrokkenen die in dit gebied werken, is het feit dat wij weldra allemaal gebruik zullen maken van dezelfde betrouwbare geografische grafieken," aldus Professor H. Dieter Steklis van de Rutgers University, wetenschappelijk directeur van het Dian Fossey Gorilla Fund International. "Hierdoor zal de onderlinge samenwerking en de complexe analyse van de gegevens, die afkomstig zijn uit verschillende bronnen, veel beter verlopen."

Via een dergelijke standaardisatie kunnen alle resultaten gemakkelijk in de standaardsoftware van het geografische informatiesysteem (GIS) worden ingevoerd, zodat verschillende gegevens op elkaar kunnen worden afgestemd. Een voorbeeld is het vergelijken van verschillende kaarten zodat de kennis over de verschillende sites kan vergroot worden.

Het Dian Fossey Fund gebruikt GIS al om de bewegingen, het habitat en de milieufactoren van gorilla’s in kaart te brengen met behulp van gegevens van GPS-coördinaten die door boswachters op gorillasites en tijdens strooptochten zijn verzameld. GIS is helaas gebaseerd op oude kaarten waarvan sommige dateren tot 1936. BeGo zal nieuwe kaarten genereren op schaal 1/50.000 en GIS van veel nauwkeurigere basisgegevens voorzien.

"Er wordt veel nadruk gelegd op het belang van nauwkeurigere kaarten voor de bescherming van deze dieren," legt Mario Hernandez van UNESCO uit. "Met behulp van de GPS-technologie kunnen lokale gebruikers coördinaten verzamelen van gorillasites. Op dit moment blijken de kaarten onbruikbaar als men een locatie wil vastleggen.

"Zelfs de meest nauwkeurig ingetekende nationale grenzen en grenzen van de nationale parken blijken in het echt niet altijd te kloppen. Er wonen mensen in de parken die er vast van zijn overtuigd dat ze buiten het beschermde gebied wonen. Nauwkeurige kaarten zijn een belangrijk hulpmiddel voor lokale autoriteiten wanneer er discussie bestaat over grenzen.

Er is al overeenstemming over welk soort vegetatieklassen uit het 10-jaar oude satellietarchief kunnen worden gebruikt om te kunnen achterhalen hoe de bewoners de afgelopen 10 jaar zijn beïnvloed en welk effect dat op de gorilla’s heeft gehad.

"Wij van het Dian Fossey Fund zijn erg geïnteresseerd in een gedetailleerde beschrijving van de vegetatieklassen van het hele gebied," aldus Steklis. "Wij zullen met behulp van dergelijke informatie in staat zijn belangrijke vragen te beantwoorden over hoe gorilla’s zich verplaatsen en op welke manier zij gebruik maken van hun omgeving, hoe groot de maximale capaciteit van een specifieke habitat is en hoe een habitat in de loop der tijd verandert. Deze gegevens zijn natuurlijk ook belangrijk voor lokale autoriteiten die zich over het lot van de gorilla’s ontfermen."

Ook het belang van hoogwaardige driedimensionele kaarten (DEM's) op basis van satellietgegevens werd benadrukt. In het Virunga National Park in de Democratische Republiek van Kongo bijvoorbeeld varieert het terrein van zeeniveau tot een hoogte van wel 5000 meter. Tot nu toe fungeerden dezelfde kaarten uit de jaren '30 als basis voor de bestaande DEM-kaarten. Slechts enkele kleine delen van het park zijn midden de jaren negentig in kaart gebracht door radarapparatuur van spaceshuttles.

Dit jaar hebben ESA en UNESCO een nog veel uitgebreider project bekrachtigd voor het gebruik van ruimtevaarttechnologie ter ondersteuning van de werelderfgoedconventie. Ook andere ruimtevaartorganisaties participeren in dit initiatief. Het Belgische Federaal Wetenschapsbeleid is bijvoorbeeld van plan om ruimtevaarttechnologie te gebruiken om alle sites op de werelderfgoedlijst in kaart te brengen binnen de Democratische Republiek Kongo. Tijdens de workshop werd bekend gemaakt dat alle gegevens van dit project en het project BeGO zullen worden gedeeld.

Tijdens de workshop was er nog ander nieuws. De meest recente gegevens over de gorillapopulaties zullen binnenkort namelijk beschikbaar. Uit eerder onderzoek naar de gorillapopulaties bleek een kleine stijging van het aantal dieren tijdens de afgelopen tien jaar van 620 naar 677. Hieruit kan men afleiden dat de beschermende maatregelen wel degelijk hun vruchten afwerpen.

De eerste BeGO-gegevens zullen begin volgend jaar beschikbaar komen voor de eindgebruikers.

Copyright 2000 - 2014 © European Space Agency. All rights reserved.