Artemis wordt in juli gelanceerd

Ariane-5
22 mei 2001

ESA en Arianespace hebben besloten ESA’s nieuwe telecommunicatiesatelliet Artemis in juli te lanceren. Artemis zal een doorslaggevende rol spelen in de ontwikkeling van toekomstige Europese en wereldwijde communicatiesystemen.

De lancering van Artemis staat gepland voor 12 juli en zal plaatsvinden vanaf Europa’s lanceerbasis Kourou in Frans Guiana. Een Ariane 5 raket brengt Artemis samen met de Japanse satellite BSAT-2b omhoog. BSAT-2b is een kleine geostationaire satelliet bedoeld voor directe transmissie van digitale televisiebeelden.

Artemis is de meest geavanceerde telecommunicatiesatelliet die tot nu toe door ESA is ontwikkeld. Tijdens zijn geplande levensduur van 10 jaar zal Artemis apparatuur testen en verbindingen tot stand brengen op het gebied van telecommunicatie en navigatie. Ook wordt een Europees systeem voor dataverkeer ingewijd. Dit betreft verbindingen tussen satellieten onderling.

Artemis heeft drie specifieke doelstellingen:

  • spraak- en datacommunicatie tot stand te brengen tussen mobiele terminals, met name voor gebruik door personenwagens, vrachtverkeer, treinen en scheepvaart in afgelegen gebieden in Europa, Noord-Afrika en op de Atlantische Oceaan
  • het uitzenden van navigatiesignalen die de nauwkeurigheid van de bestaande satellietnavigatiesystemen GPS (USA) en GLONASS (Rus.) verbeteren en de betrouwbaarheid ervan verhogen
  • verbindingen voor intensief dataverkeer tot stand te brengen tussen satellieten in banen om de aarde

Artemis zou oorspronkelijk in februari worden gelanceerd met een Japanse H-IIa raket, in een samenwerkingsverband met de Japanse ruimtevaartorganisatie NASDA. Door de vertraging in de ontwikkeling van deze raket heeft ESA gekozen voor een lancering met een “eigen” Ariane 5 raket. Sinds de verscheping van de satelliet naar Kourou afgelopen maart, zijn uitvoerige tests uitgevoerd om er zeker van te zijn dat de satelliet in topconditie is.

Geostationaire baan

Artemis
Artemis communicating with SPOT 4 (artist's impression)

Momenteel wordt geoefend voor de lancering en de begeleiding van de vlucht vanuit Fucino in Italië. De Ariane 5 raket zal Artemis in een geostationaire overgangsbaan plaatsen. Daarna moeten de vluchtleiders in Fucino driemaal de apogeummotor afvuren om Artemis naar de geostationaire baan op 36.000 km boven de evenaar te brengen. In die baan draaien satellieten eens in de 24 uur om de aarde. Dat is net zo snel als de omwentelingstijd van de aarde zelf, zodat de satelliet boven een bepaalde plaats blijft ‘hangen’. Voor Artemis is dat een positie boven centraal Afrika op 21,5 graden oosterlengte.

Een geostationaire satelliet hangt weliswaar boven een vast punt op aarde, maar door de zwaartekrachtswerking van zon en maan onstaan toch baanafwijkingen. Ook het niet perfect bolvormig zijn van de aarde zorgt voor een geleidelijke positieverandering in de geostationaire baan. Om voor de verschuivingen te corrigeren zijn geostationaire satellieten voorzien van kleine stuwraketjes. Als het vluchtleidingscentrum afwijkingen vindt groter dan een tiende graad dan zendt men een telemetriesignaal naar de satelliet. Dit signaal schakelt de stuwraketjes aan boord van de satelliet tijdelijk in, waarna de satellietpositie is gecorrigeerd.

Ionenmotoren

In plaats van conventionele stuwraketjes is Artemis voorzien van kleine ionenmotoren: een nieuwe technologie die voor het eerst wordt toegepast bij een ESA-satelliet. Ionenmotoren zijn zeer efficiënt en vereisen slechts weinig stuwstof. In tegenstelling tot chemische voortstuwing, waarbij stuwstoffen worden verbrand, ioniseert een ionenmotor atomen. Deze ionen - in dit geval van het edelgas Xenon - worden in een elektrisch veld versneld en samen met de gelijke hoeveelheid losse elektronen van het ionisatieproces uitgestoten. De uitstoot van deze neutrale bundel wekt dan een duw in de gewenste richting op. Als deze methode van voortstuwing succesvol blijkt, kan dat leiden tot de bouw van nog efficiëntere satellieten in de toekomst.

Laserverbindingen

De mobiele communicatie van Artemis geschiedt met L-band landmobiele apparatuur (LLM). Er is een brede 'Eurobeam' voor de aanstraling van heel Europa en drie spotbeams voor kleine gebieden daarin. De capaciteit bedraagt 662 gesprekskanalen op elk moment.

Artemis zal ook zorgen voor intensief gegevensverkeer tussen satellieten en het sneller op de plaats van bestemming krijgen van beelden die zijn opgenomen door aardobservatiesatellieten. De eerste die hiervan gebruik zal maken is de Franse aardobservatiesatelliet Spot 4. Hierbij zal het revolutionaire systeem van optische laserbundels SILEX (Semiconductor laser Inter-satellite Link EXperiment) worden gebruikt. Na zijn lancering later dit jaar zal ook de nieuwe ESA-aardobservatiesatellliet Envisat gebruik gaan maken van gegevensverkeer via Artemis. Daarbij zal een dubbele S/Ka-band terminal genaamd SKDR worden gebruikt.

Artemis heeft ook apparatuur aan boord voor navigatiedoeleiden. Deze apparatuur controleert de betrouwbaarheid van signalen van bestaande navigatiesystemen en geeft correcties door. Daardoor wordt het gebruik van o.a. GPS nauwkeuriger. Dit zal later nog sterker worden verbeterd en uitgebreid met het Europese satellietnavigatieprogramma Galileo.

Copyright 2000 - 2014 © European Space Agency. All rights reserved.