ESA’s Envisat stelt gezondheid koraalriffen vast

3 oktober 2005

Australische onderzoekers hebben ontdekt dat Envisat's MERIS-sensor de verbleking van koraal kan waarnemen tot tien meter diepte. Dat betekent dat Envisat in principe twee keer per week wereldwijde gegevens over aangetaste koraalriffen zou kunnen doorzenden.

Koraalverbleking doet zich voor bij verdwijning van de kleine algjes die in symbiose leven met koraalpoliepen (waaraan het koraal zijn kleuren te danken heeft). Het koraal wordt eerst witter en kan uiteindelijk afsterven. Dat heeft zijn weerslag op het ecosysteem van het rif en daarmee ook op de visserij, het toerisme en de kustbescherming.

Koraalverbleking hangt samen met zeetemperaturen boven de normale zomerse maxima en met zonnestraling. Het verbleken kan zich plaatselijk voordoen, maar ook over uitgestrekte gebieden. Zowel in 1998 als in 2002 was er sprake van verbleking op grote schaal, waarschijnlijk mede als gevolg van El Niño.

'Een toenemende koraalverbleking is misschien één van de eerste concrete effecten van de klimaatverandering op het milieu', zegt. Arnold Dekker van de Australische Commonwealth Scientific and Industrial Research Organisation (CSIRO). 'Waar we ons zorgen om maken, is dat de verbleking zo ver gaat dat herstel niet meer mogelijk is.'

Op dit moment worden waarnemingen verricht met vliegtuigen en schepen. Maar veel riffen zijn niet bereikbaar of gewoon te groot voor iets wat zich binnen twee weken voltrekt - het Grote Barrièrerif beslaat 350.000 vierkante kilometer. Wit geworden koraal kan snel worden gekoloniseerd door blauwgroen-bruine algen, die moeilijker van levend koraal te onderscheiden zijn.

Regelmatig en op uitgebreide schaal objectieve gegevens verzamelen met een satteliet is een goed alternatief. Tijdens de deze week in het Italiaanse Frascati gehouden MERIS/AATSR-workshop heeft het CSIRO-team de eerste resultaten gepresenteerd van het gebruik van Envisat's Medium Resolution Imaging Spectrometer (MERIS). MERIS maakt opnamen in vijftien verschillende spectrale banden met een resolutie van driehonderd meter.

'Koraalverbleking moet wereldwijd in kaart worden gebracht', vervolgt Dekker. 'Satellieten die beelden met een hoge ruimtelijke resolutie maken, kunnen vanwege hun hoge kosten en beperkte bereik maar een paar riffen voor hun rekening nemen. Daarom hebben we een systeem nodig dat een geschikt bereik heeft en vaak genoeg langs dezelfde plaatsen komt. En dat voldoende spectrale banden heeft en gevoelig genoeg is. Dan is MERIS het meest aangewezen systeem.'

Het team boog zich over de riffen rond Heron Island aan de zuidkant van het Grote Barrièrerif, waar de universiteit van Queensland een onderzoeksstation heeft. Aan de hand van MERIS-opnamen met maximale resolutie stelden zij vast dat er een verband bestaat tussen waargenomen veranderingen in het levende koraal en een bestaand geval van verbleking. Voor elke volledige pixel van driehonderd bij driehonderd meter koraal dat één meter onder water staat, kan in theorie een verbleking van het levende koraal van (minimaal) twee procent worden geconstateerd. MERIS zou tot zelfs tien meter diep nog een verbleking van zeven tot acht procent moeten kunnen vaststellen.

'In Full Resolution-modus scant MERIS het hele aardoppervlak om de drie dagen. Een knelpunt voor de bewaking van alle koraalriffen op aarde zou de gegevensverwerking kunnen zijn', zegt Dekker tot slot. 'Maar met satellietsensoren die de oppervlaktetemperatuur van het zeewater meten, zoals Envisat's Advanced Along Track Scanning Radiometer (AATSR), kunnen we vaststellen welke riffen te maken hebben met abnormaal hoge temperaturen en dus prioriteit moeten krijgen. Zo kunnen we MERIS gericht inzetten om gevallen van koraalverbleking op te sporen.'

Copyright 2000 - 2014 © European Space Agency. All rights reserved.