Marsoppervlak té extreem voor extremofiele bacteriën

Marsonderzoekers zouden sporen van leven op de rode planeet onder de grond moeten zoeken
25 januari 2006

Marsonderzoekers zouden sporen van leven op de rode planeet eerder onder de grond moeten zoeken dan aan het oppervlak. Dit concludeert de Leidse astrobiologe Inge Loes ten Kate op basis van het onderzoek waarop zij aanstaande donderdag promoveert aan de Universiteit Leiden.

Aminozuren hielden geen stand onder de door de onderzoekster gesimuleerde Marsomstandigheden en zelfs extremofiele bacteriën legden het loodje. “Gelukkig neemt de nieuwe ESA-missie ExoMars een goede boor mee”, aldus de promovenda.

Ogen en telescopen zijn al decennia gericht op Mars als mogelijke plaats waar leven voorkomt, of waar ooit leven zou hebben bestaan. Maarliefst 38 ruimtevaartuigjes zijn vanaf de jaren zestig, met wisselend succes, richting de rode planeet gestuurd. Prachtige beelden kwamen terug, maar de heilige graal, een spoor van leven, werd nog niet gevonden. “Onderzoek in aardse laboratoria zoals het onze kan wel helpen uitvinden waar we het moeten zoeken. Dat helpt enorm bij het ontwikkelen van nieuwe Marsmissies”, zegt Ten Kate.

De atmosfeer van Mars bevat veel meer kooldioxide dan de aardse dampkring. Doordat de Marsatmosfeer dunner is, bereikt veel meer Ultraviolette straling het Marsoppervlak. Bovendien is het op Mars een stuk kouder dan op aarde. Met een speciale opstelling in het Leidse laboratorium bootste Ten Kate de omstandigheden op Mars na. Vervolgens bekeek de onderzoekster hoe voor leven essentiële aminozuren zich hielden in de Marssimulator. Ten Kate: “In Marsomstandigheden zou van de hoeveelheid door mij geteste aminozuren na ongeveer tien dagen nog maar de helft over zijn. Dat maakt de kans dat ze waargenomen worden door detectieapparatuur op nieuwe Marsmissies heel klein.”

ExoMars rover
ExoMars rover

Na de aminozuren moest een stam bacteriën aan de Marsomstandigheden geloven. Ten Kate koos een bacterie die op aarde gewend is aan de extreem droge omstandigheden. “Zelfs voor deze aardse extremofiel bleken de Marsomstandigheden te extreem”, zegt de promovenda. “De dosis UV-straling die de bacteriën onder de dunne Marsatmosfeer voor hun kiezen krijgen, lijkt simpelweg te hoog.”

Het lijkt Ten Kate daarom logisch bij een volgende Marsmissie, zoals ExoMars van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA, ook de situatie onder het oppervlak van Mars te onderzoeken. ExoMars moet in 2013 op de rode planeet landen. Het landingsvoertuigje zal een pakket aan biologische en geofysische instrumenten aan boord hebben, waaronder een grondboor en een seismometer. Verschillende Nederlandse kennisinstituten en bedrijven zijn kandidaat voor het leveren van instrumentbijdragen aan ExoMars. Intussen organiseert de planeetwetenschap zich in het door het Nederlands Instituut voor Ruimteonderzoek SRON opgerichte Nationaal Platform Planeetonderzoek.

Ook na haar onderzoek, dat gefinancierd werd door SRON, heeft Mars voor Ten Kate niet afgedaan als kandidaat voor het herbergen van tekenen van leven. “Ik ben reuzenbenieuwd wat de toekomstige Marsmissies gaan opleveren. Maar we moeten ons niet blindstaren op Mars alleen. De manen Titan bij Saturnus of Europa bij Jupiter bieden misschien nog wel vriendelijkere omstandigheden voor leven, al dan niet extremofiel.”

Copyright 2000 - 2014 © European Space Agency. All rights reserved.