Minister memoreert ramp met ruimteveer Columbia

STS-107 crew
STS-107 bemanning
7 februari 2003

Tijdens de uitreiking van de Spinozapremies – een soort Nederlandse Nobelprijzen die worden toegekend ter bevordering van wetenschappelijk onderzoek – memoreerde minister Maria van der Hoeven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen de ramp met het ruimteveer Columbia.

De uitreiking van de Spinozapremies vond gisteren plaats in Den Haag. De Spinozapremie is de hoogste Nederlandse wetenschappelijke onderscheiding, die jaarlijks wordt toegekend aan toponderzoekers die zich onderscheiden door voortreffelijk, baanbrekend en inspirerend wetenschappelijk onderzoek. De prijs, die door de uitreikende instantie NWO wordt gezien als de ‘Nederlandse Nobelprijs’, wordt toegekend op voordracht van rectores magnifici, voorzitters van de afdeling Letterkunde en Natuurkunde van het KNAW, en andere wetenschappelijke instanties.

Dit jaar viel de eer te beurt aan natuurkundige prof. dr. Ad Lagendijk (Universititeit Twente), wiskundige prof.dr. Henk Barendregt (Katholieke Universiteit Nijmegen), hoogleraar in de transplantatiebiologie mw. prof.dr. Els Goulmy (Universiteit Leiden /Leids Universitair Medisch Centrum) en hoogleraar Klinische Epidemiologie prof.dr. Frits Rosendaal (Universiteit Leiden /Leids Universitair Medisch Centrum).

Voordat zij overging tot de uitreiking van de prijzen aan de wetenschappers, stond minister Maria van der Hoeven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCenW) stil bij de ramp met het ruimteveer Columbia: “Afgelopen weekend werden we opgeschrikt door het bericht dat het ruimteveer Columbia was ontploft. Daarbij kwamen, zoals u weet, zeven astronauten om. Hun dood relativeert voor even het belang van wetenschappelijk onderzoek. Maar tegelijkertijd is het ook een bewijs van de enorme toewijding waarmee zij hun risicovolle werk verrichtten, vaak in dienst van de wetenschap. Het is alles of niets.

“Anderhalve week geleden sprak ik nog met Sean O'Keefe, de administrator van de NASA, over de mogelijkheden om in het onderwijs ruimtevaarteducatie een plaats te geven. Ik ben dan ook diep getroffen door de ramp, en ik heb de heer O'Keefe, ongetwijfeld mede namens u, mijn medeleven betuigd met het verlies van de bemanning, die juist in die educatie zo'n belangrijk rol vervulde. Als astronauten wisten ze kinderen te inspireren, en warm te maken voor bijvoorbeeld ruimtevaarttechniek. Daarvoor zijn we hun dankbaar.”

Ruimtevaarteducatie was voor het ministerie van OCenW eerder reden om samen met het ministerie van Economische Zaken een belangrijke financiële impuls te geven aan een ruimtevlucht voor de Nederlandse arts-astronaut André Kuipers. André Kuipers is sinds eind 1998 astronaut van de ESA en traint op dit moment voor een zogenoemde ‘taxivlucht’ met een Russische Sojoez-capsule. Volgens plan vertrekt Kuipers in oktober/november dit jaar naar het internationaal ruimtestation ISS. Als onderdeel van zijn tiendaagse ruimtevlucht zal Kuipers circa vijftien grotendeels Nederlandse wetenschappelijke en industrieel/technologische experimenten uitvoeren. Ook is zijn vlucht bedoeld om interesse voor ruimtevaart en gerelateerde technologische en wetenschappelijke onderwerpen bij de jeugd op te wekken.

Door de ramp met het ruimteveer Columbia, aan boord waarvan zich eveneens een groot aantal Nederlandse experimenten bevond, is nog niet duidelijk hoe de Russische taxivluchten precies zullen verlopen. Aan boord van ISS bevinden zich nog drie astronauten. Door het onderzoek naar de toedracht van de ramp met het ruimteveer zullen zij langer dan gepland aan boord van het ruimtestation moeten verblijven. Ook kunnen zij tijdens komende taxivluchten worden afgelost. ESA, NASA en Rosaviakosmos proberen op dit moment tot de best mogelijke oplossingen in de gegeven situatie te komen.

Copyright 2000 - 2014 © European Space Agency. All rights reserved.