Nederland nauw betrokken bij dubbele satellietlancering

27 oktober 2009

ESA lanceert op maandag 2 november twee satellieten met een Russische raket vanaf de lanceerbasis Plesetsk: SMOS en Proba-2. Nederland is bij beide missies nauw betrokken.

SMOS

SMOS werd ontwikkeld vanuit ESA’s technisch centrum ESTEC en zijn meetinstrumenten werden hier getest. Aan boord van Proba-2 vliegen twee nieuwe technologieën, ontwikkeld door de Nederlandse ruimtevaartindustrie.

De Soil Moisture and Ocean Salinity missie, kortweg SMOS, is ESA’s ‘watermissie’. Hij gaat de komende drie jaar onderzoek doen naar het zoutgehalte in de oceanen en de hoeveelheid vocht in de aardbodem. Beide waarden hebben grote invloed op de waterhuishouding van de aarde en daarmee op het klimaat. De gegevens van de satelliet geven wetenschappers meer inzicht in hoe de atmosfeer en het aardoppervlak samenwerken voornamelijk wat betreft de relatie tussen neerslag en verdamping maar ook aangaande de energie uitwisseling.

De ontwikkeling van SMOS werd geleid vanuit ESTEC. Hier werden ook de meetinstrumenten van de satelliet uitgebreid getest. Ze moesten de triltest ondergaan om te kijken of ze opgewassen zijn tegen het geweld van een lancering. En ze werden beproefd in de grote ruimtesimulator LSS bij extreem hoge en extreem lage temperaturen in een vacuüm. Tot slot stond een test in de elektromagnetische kamer op het programma om te kijken of alle elektronica goed functioneert.

Alle tests op aarde verliepen volgens plan. Net als de voorbereidingen voor de lancering in de afgelopen weken. Projectleider Achim Hahne: ‘De satelliet is al in de neus van de raket geladen en maakt het goed. We zijn erg blij dat alle voorbereidingen zo voorspoedig verlopen. Dat geeft het team veel vertrouwen in de lancering.’

Proba-2

Satellietmissies zitten boordevol technologie. Maar hoe weet ESA zeker dat die technologie in de ruimte werkt? Een manier om dat te testen is met een kleine demonstratiesatelliet vol innovatieve technologie. Proba-2 is zo’n satelliet. Hij vliegt als passagier mee met SMOS naar de ruimte op 2 november.

Project of Onboard Autonomy, kortweg Proba-2, is de tweede uit een reeks demonstratiemissies van ESA. Aan boord zijn zeventien nieuwe technologieën die hun vuurdoop krijgen in de ruimte. Twee daarvan komen uit Nederland: een koelgasgenerator en een geavanceerde zonnesensor. De technologieën die slagen voor hun ruimtetest, kunnen gebruikt worden in satellieten van de toekomst.

Koud gas

TNO ontwikkelde samen met Bradford Engineering de koelgasgenerator technologie. Hiermee kan op kamertemperatuur puur gas worden gegenereerd door ontleding van een vaste stof. De techniek kent veel mogelijke toepassingen. Bijvoorbeeld om grote structuren in de ruimte op te blazen. Of als voortstuwing voor satellieten.

Het grote voordeel van een koelgasgenerator is dat er vaste brandstof in zit die pas in de ruimte wordt geactiveerd. Er zijn dus geen gevaarlijke vuloperaties nodig met vloeibare brandstoffen vlak voor de lancering. En ook onderhoud aan de druktanks behoort tot het verleden. De generator wordt ingebouwd en vraagt daarna geen aandacht meer van het missieteam. Dit bespaart kosten en vergroot de veiligheid.

Stikstofgas

Het experiment aan boord van Proba-2 is gemaakt van titanium en bestaat uit vier gasgeneratoren die achter elkaar zijn gemonteerd. Ze produceren elk veertig liter stikstofgas bij kamertemperatuur onder normale druk (1 bar). Het gas wordt gebruikt om de positie van de satelliet te veranderen met kleine stuurraketten.

De tweede Nederlandse technologietest is een digitale zonnesensor, ontwikkeld door TNO. De sensor helpt bij de correcte positionering van de satelliet door altijd een oogje op de zon te houden. De nieuwe generatie zonnesensoren is veel kleiner en daardoor interessant voor het gebruik in de ruimtevaart.

Copyright 2000 - 2014 © European Space Agency. All rights reserved.