Nederland neemt deel aan opvolger Hubble-ruimtetelescoop

Next Generation Space Telescope (NGST)
11 september 2002

Vanaf 2010 zal een deels Nederlands infrarood-instrument aan boord van de Next Generation Space Telescope (NGST) de grenzen van het heelal gaan verkennen. Deze week presenteert een Europees consortium bij ESTEC de ontwerpstudie voor dit instrument.

De Hubble-ruimtetelescoop is sinds z'n lancering in 1990 uitgegroeid tot het paradepaardje van de internationale astronomie. De spectaculaire opnames van het heelal bleken voor zowel astronomen als het brede publiek fascinerend materiaal. Maar zoals elke telescoop heeft ook de Hubble een 'uiterste gebruiksdatum', waarna verdere updates en onderhoud te duur worden of wetenschappelijk minder relevant. Omstreeks 2010 zal daarom z'n opvolger de ruimte in gaan: de Next Generation Space Telescope (NGST).

Infrarood

De Hubble-ruimtetelescoop in een baan om de aarde
Opvolger van Hubble

NGST wordt gezamenlijk door NASA, ESA en de Europese lidstaten van ESA gebouwd. De telescoop zal naar verwachting een hoofdspiegel krijgen van 6 meter diameter en drie waarnemings-instrumenten bevatten. Terwijl de Hubble-ruimtetelescoop ontworpen is voor zichtbaar licht, zal NGST vooral in het infrarood gaan waarnemen. Infrarood licht, met een golflengte groter dan rood licht, is voor het blote oog onzichtbaar en dringt slecht door de aardatmosfeer heen.

Voor de sterrenkunde zijn infraroodwaarnemingen zeer belangrijk omdat er door de zogenoemde roodverschuiving van wegvluchtende sterrenstelsels zeer ver mee in het heelal kan worden gekeken. Ook dringt infrarood licht heen door de dichte stof- en gaswolken in de ruimte. In die wolken vinden allerlei interessante chemische processen plaats en ontstaan ook nieuwe sterren en hun planetenstelsel.

Live geboorten van sterren volgen

NGST zal 100 maal gevoeliger worden en 5 maal scherper kunnen zien dan Hubble. Omdat Nederland al eerder grote naam maakte op het gebied van de infraroodsterrenkunde door deelname aan de satellieten IRAS (InfraRood Astronomische Satelliet) en ISO (Infrared Space Observatory), is ook ons land betrokken bij het ontwerp en de bouw van het instrumentarium voor de nieuwe satelliet. In samenwerking met Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland en Italië zal het Mid-InfraRed Instrument (MIRI) worden ontwikkeld. Het is met dit instrument dat astronomen hopen de geboorte van nieuwe sterren en planeten live mee te maken. Deze week presenteert het Europese consortium bij ESTEC de ontwerpstudie voor MIRI.

De Nederlandse deelname bestaat uit een nationaal samenwerkingsverband van de toponderzoekschool voor astronomie NOVA, ASTRON, TNO-TPD en het Nederlands instituut voor Ruimteonderzoek SRON. Nederland bouwt de belangrijke 'Mid-Infrared Camera/Spectrometer' voor MIRI en Nederlandse astronomen krijgen daardoor voorrang bij de waarnemingen met het instrument.

Copyright 2000 - 2015 © European Space Agency. All rights reserved.