Nederlands instrument OMI voorspelt luchtvervuiling op stadsniveau

Ozone Monitoring Instrument
Ozone Monitoring Instrument
15 juli 2004

De Amerikaanse aardobservatiesatelliet EOS-AURA is vandaag met succes in een baan rond de aardse polen gebracht vanaf de VandenBerg lanceerbasis in Californië. Aan boord van de satelliet bevindt zich een Nederlands instrument dat de komende vijf jaar onderzoek doet naar luchtkwaliteit en de ozonlaag.

Het Ozone Monitoring Instrument (OMI) detecteert onder andere ozon, stikstofdioxide en aërosolen (kleine stofdeeltjes zoals zand en roet) in de onderste vijf kilometer van de atmosfeer. Met behulp van de metingen kan een smogverwachting worden gegeven op stadsniveau en kunnen meteorologen van het KNMI hun voorspellingen van de zonkracht verbeteren. Ook is met behulp van de gegevens eenvoudig te controleren welke landen zich wél en welke zich níet aan milieuverdragen als Kyoto houden.

Successen

Envisat (Artist's view)
Envisat, artist's impression

Met OMI borduren zijn Nederlandse ontwikkelaars Dutch Space en TNO TPD voort op eerdere successen in de ozonobservatie. Voor de ESA-aardobservatiesatellieten ERS-2 en ENVISAT maakten ze soortgelijke instrumenten met de naam GOME-1 en GOMOS. Beide zijn momenteel in gebruik en leveren vanuit de ruimte meetgegevens aan voor wetenschappelijk onderzoek en weersvoorspellingen op aarde.

Nederland is een voorloper in onderzoek van de atmosferische chemie, aldus ESA’s aardobservatiedeskundige Evert Attema. Dat de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA juist déze bedrijven heeft gevraagd om OMI te maken is hiervan een bevestiging. Attema is blij met het nieuwe instrument en de gegevens die het zal leveren: ‘Ik ben erg benieuwd naar de wetenschappelijke uitkomsten. OMI levert aanvullende informatie op de al bestaande gegevensstroom over luchtvervuiling en de ozonlaag.’

Luchtkwaliteit

Ook Harry Förster van OMI’s projectleider NIVR heeft hoge verwachtingen: ‘Nu duurt het nog tussen de drie en zestien dagen voordat de ozonlaag één keer helemaal in kaart is gebracht, straks is dat één dag. En met de precisie van het instrument wordt het mogelijk om een luchtkwaliteitverwachting op maat te maken voor bijvoorbeeld Rotterdam, Amsterdam of Groningen; daar kan nogal verschil in zitten.’

ESA speelt een belangrijke rol bij de validatie van OMI. Voordat het instrument eind 2004 aan het werk kan, moet eerst worden gecontroleerd of de metingen correct zijn. Dit gebeurt aan de hand van waarnemingen vanaf de aarde én gegevens van ESA’s ENVISAT, die in maart 2002 gelanceerd werd en sindsdien grote bijdragen levert aan klimatologisch onderzoek en meteorologie. Eenmaal gecontroleerd en in orde bevonden zal OMI in minimaal vijf jaar de ozonlaag ruim achttienhonderd keer in zijn geheel ‘bekijken’.

MetOp

MetOp
MetOp

Terwijl OMI zijn validatie ondergaat, wordt op aarde alweer gewerkt aan zijn opvolgers. TNO TPD ontwikkelt GOME-2, een geavanceerder uitvoering van GOME-1. Het instrument wordt bevestigd op ESA’s MetOp satellieten, die vanaf eind 2005 in de ruimte worden gebracht. MetOp bestaat uit drie satellieten die samen over een periode van minimaal veertien jaar dienst zullen doen in klimaatonderzoek en praktische meteorologie.

Copyright 2000 - 2014 © European Space Agency. All rights reserved.