Raketvlucht voor reumaonderzoek

Maser-10 preparation
De laatste voorbereidingen van Maser 10 op Esrange
29 april 2005

Een Maser 10 sondeerraket voert zondag twee Nederlandse biologische experimenten uit in gewichtloosheid. Biologen van de Universiteiten van Utrecht en Groningen willen hiermee onderzoeken wat de invloed van gewichtloosheid is op bepaalde processen in een cel. "Ons experiment kan leiden tot een veel betere behandeling van ziekten als astma en reuma", aldus de Groningse celbioloog Maikel Peppelenbosch.

De Europese ruimtevaartorganisatie ESA organiseert de vlucht, die begint en eindigt bij het Noord-Zweedse Kiruna. De sondeerraket schiet omhoog tot vijftig kilometer boven het aardoppervlak. Daarna worden de motoren uitgezet en komt de wetenschappelijke lading in een vrije vlucht terecht; eerst nog tweehonderd kilometer omhoog, daarna weer naar beneden. In totaal levert dit ongeveer zes minuten gewichtloosheid op.

Vijf experimenten

Vijf experimenten uit Nederland, België en Duitsland vliegen mee met de Maser 10. De twee Nederlandse experimenten vlogen eerder aan boord van het internationale ruimtestation tijdens missie DELTA van ESA-astronaut André Kuipers.

Eén van de experimenten heeft te maken met auto-immuunziekten als astma, reuma en allergieën. "Van astronauten weten we dat hun afweersysteem in gewichtloosheid veel minder goed werkt dan op aarde", vertelt Maikel Peppelenbosch. "Als ze gewichtloos zijn, krijgen de bloedcellen die wij in de raket meesturen een akelige stof toegediend waar ze op aarde een afweerreactie op geven." De bioloog verwacht dat de cellen in gewichtloosheid minder heftig reageren.

Celgroei

Promovendus Maarten Moes van de Universiteit Utrecht is geïnteresseerd in de manier waarop cellen van mensen en dieren groeien en ontwikkelen. Dat gewichtloosheid daarop van invloed is hebben eerdere raketexperimenten uitgewezen. Moes en zijn begeleider Johannes Boonstra vermoeden dat het eiwit actine hierin een cruciale rol speelt.

Behalve experimenten bevat de Maser 10 ook technologie van Nederlandse bodem. De bedrijven Dutch Space en CCM ontwikkelden de module waarin de twee experimenten uitgevoerd worden. Het Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart (NIVR) coördineerde de industriële bijdrage. Het programmabureau van het SRON Nationaal Instituut voor Ruimteonderzoek is medefinancier van het onderzoek.

Copyright 2000 - 2014 © European Space Agency. All rights reserved.