Ruimtesonde eert Huygens, ontdekker van Titan

Christiaan Huygens
Christiaan Huygens (1629-1695)
12 januari 2005

Het uur van de waarheid nadert. Na een reis van ruim zeven jaar en bijna vier miljard kilometer duikt Huygens vrijdag in de dampkring van Saturnusmaan Titan. De ruimtesonde onderneemt een ontdekkingsreis waar zijn naamgever alleen van kon dromen: de reis naar een nieuwe wereld.

Christiaan Huygens was wat je noemt een wonderkind. Hij werd geboren in Den Haag in 1629 als tweede zoon van Constantijn Huygens, de adviseur van Frederik Hendrik, Prins van Oranje. Dankzij een grondige privé-opleiding en slimme vrienden van de familie als René Descartes, was Huygens al op jonge leeftijd in staat om zelfs de moeilijkste wiskundige problemen in een handomdraai op te lossen.

Wetenschapper

Tevergeefs probeerde Huygens senior zijn zoon in een diplomatieke carrière te manoeuvreren, in dienst van de Oranjes. Christiaan liet blijken dat Latijn niets voor hem was en een diplomatiek leven evenmin. Hij wilde wetenschapper worden. Op zijn zestiende begon hij de studies rechten en wiskunde aan de Universiteit van Leiden. Niet veel later schreef hij zijn eerste wiskundige verhandelingen en begon hij zich te interesseren voor de sterrenkunde.

Huygens was theoretisch sterk ontwikkeld, maar ook als uitvinder bleef hij niet onverdienstelijk. Zo ontwikkelde hij een slingerklok die preciezer was dan alle tot dan toe gebouwde uurwerken. Hij patenteerde een zelf ontworpen zakhorloge en sleep lenzen voor zijn eigen telescoop.

Titan

Ruimtesonde Huygens duikt vrijdag in de dampkring van Saturnusmaan Titan

Met die telescoop ging een wereld voor hem open. In 1655 ontdekte Huygens de grootste Saturnusmaan, later Titan genaamd. En hij beschreef als eerste de ware aard van de vreemde ‘armen’ rond Saturnus, zoals Galileo Galileï de stofringen in zijn aantekeningen had genoemd. De ontdekkingen volgden elkaar in hoog tempo op. Zo bleek de Orionnevel vol sterren te zitten en bleek een groot aantal interstellaire nevels nooit eerder opgetekend.

Huygens’ talenten werden door de eerste minister van Lodewijk XIV opgemerkt. In 1665 werd hij door Jean-Baptiste Colbert (wiens naam is vereeuwigd door het soort jasjes dat hij altijd droeg), naar Parijs gehaald om hoofd van de nieuw op te richten Académie Royale des Sciences te worden.

Vijftien jaar lang werkte Huygens in Parijs, totdat hij ziek werd en terugkeerde naar Nederland. Op 66-jarige leeftijd stierf hij in zijn geboorteplaats Den Haag, ongetrouwd en kinderloos. Even voor zijn dood schonk hij veel van zijn geschriften aan de universiteitsbibliotheek in Leiden, waar ze nog altijd bewaard en getoond worden.

Cosmotheoros

Naast veel wiskundige werken en een verhandeling over de achtergronden van zijn slingerklok, schreef Huygens onder andere Dioptrica, over de breking van licht door lenzen. Het boek werd pas na zijn dood uitgegeven. Dat geldt ook voor Cosmotheoros. Met dit boek werd Huygens de eerste wetenschapper die vol overtuiging schreef over een heelal dat tot in alle hoeken en gaten gevuld is met leven. Zelf heeft hij nooit kunnen onderzoeken of er buiten de aarde daadwerkelijk leven is. Maar in zijn naam zal ruimtesonde Huygens een goede poging wagen.

Copyright 2000 - 2014 © European Space Agency. All rights reserved.