Satellieten houden Nederlandse dijken in de gaten

Wadden Sea crop
23 oktober 2012

Lokale autoriteiten rondom het IJsselmeer gebruiken gegevens die afkomstig zijn van ESA-satellieten om de kwaliteit van de dijken rondom het meer in de gaten te houden.

De metingen die door de satellieten gedaan worden zijn een aanvulling op de reguliere fysieke dijkinspecties die met regelmaat plaatsvinden. Door naast deze fysieke inspecties de dijken ook te controleren met satellietgegevens wordt het mogelijk om zwakke plekken in dijken veel sneller op te sporen.

Dijkdikte

De belangrijkste conclusie uit het onderzoek: de dijken die het water van het IJsselmeer op zijn plek moeten houden staan er over het algemeen goed voor. Hoewel de resultaten laten zien dat een breed stuk dijk vlakbij het dorpje Medemblik jaarlijks 5 millimeter dunner wordt, hoort dat volgens onderzoekers tot de normale marges. Ook bij andere gebieden loopt de dikte van dijken wat terug, al is dat niets waar men zich zorgen om hoeft te maken.

Voor het onderzoek werd gebruik gemaakt van gegevens die tussen de jaren 2003 en 2010 verzameld werden door ESA's in 2002 gelanceerde Envisat-satelliet. De analyse van de gegevens -die startte in maart 2011- was de eerste stap van een project waarbij satellietdata gekoppeld wordt aan de kennis van waterschappen. Het doel van het project is om eventuele zwakheden in de dijken eerder op te sporen.

Meten met nieuwe technieken

Dike subsidence

De staat van de dijken werd gecontroleerd met de zogenaamde Synthetic Aperture Radar Interferometry-techniek (InSAR). Dat is een vorm van aardobservatie waarbij twee of meer radarbeelden van hetzelfde gebied over elkaar heen worden gelegd. Zo kunnen vervolgens afwijkingen tussen de beelden geconstateerd worden.

Dankzij een nieuwe techniek met de naam Persistent Scatterer Interferometry (PSI) kunnen afwijkingen nu nog nauwkeuriger worden gemeten. De PSI-techniek is vooral nuttig voor het meten van verharde voorwerpen zoals gebouwen, wegen, spoorwegen en verharde dijken. Daardoor is PSI ideaal voor het constateren van zwakke plekken in dijken.

Enthousiast over de resultaten

Zowel dijkbeheerders Wetterskip Fryslân en Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier zijn enthousiast over de eerste resultaten die uit het project zijn voortgekomen. “Het grootste voordeel van satellietgegevens is dat ze hele kleine afwijkingen registreren die we niet met het blote oog kunnen zien”, aldus de Friese waterschapsbestuurder Harry Boon. “Daarom is dit een zeer waardevolle toevoeging op de controles die we zelf uitvoeren.”

Volgens waterschapsbestuurder Roald van Gameren van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft de hierboven genoemde PSI-techniek zich al bewezen bij een eerdere studie op de Hondsbossche en Pettemer Zeewering. “De resultaten laten zien dat satellietmetingen een goede bijdrage leveren bij het controleren van dijken en het opsporen van zwakkere plekken. Maar er is wel ruimte voor verbetering. De datadichtheid voor grasdijken is bijvoorbeeld nog te laag om bruikbaar te zijn.”

Sentinel-satellieten

Die gewenste verbetering zit eraan te komen. ESA wil in 2013 de eerste van twee nieuwe satellieten gaan lanceren die vaker over Nederland komen. Dankzij deze zogenaamde Sentinel-satellieten kunnen onze dijken met nog meer nauwkeurigheid in de gaten gehouden worden.

Wanneer de Sentinel-satellieten in een baan om de aarde zweven gaan ze meerdere keren per week over Nederland passeren. Na iedere passage volgt dan een update over de status van de dijken. Met die updates kan in de toekomst mogelijk een waarschuwingssysteem opgezet worden, dat de dijkbeheerder kan vertellen waar onderhoud de hoogste prioriteit heeft.

Copyright 2000 - 2014 © European Space Agency. All rights reserved.