Satellieten wijzen hulpverleners in Afrika de weg bij het graven van putten voor vluchtelingen

7 september 2004

Voor de opvang van ruim 180.000 Soedanese vluchtelingen in de woestijn in het oosten van Tsjaad maakt deVN Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen (UNHCR) sinds kort gebruik van satellietgegevens om waterbronnen en geschikte locaties voor nieuwe kampen te vinden.

Met toestemming van de Tsjaadse regering zijn momenteel negen kampen opgezet door de UNHCR. De VN-organisatie heeft veruit de meeste vluchtelingen uit het explosieve grensgebied overgebracht naar de kampen. Daarnaast zijn duizenden mensen op eigen initiatief uit het grensgebied naar de kampen gekomen. Daardoor moeten de toch al schaarse middelen met nog meer worden gedeeld. De kans is bovendien groot dat de vluchtelingenstroom uit Darfur blijft aanzwellen.

Het aantal mensen dat voedsel, water en andere elementaire hulp moet worden geboden is enorm. En dat terwijl de wegen naar het gebied in slechte staat verkeren, zeker nu het regenseizoen is begonnen. Aan water bestaat veruit de meeste behoefte. Volgens de normen van de UNHCR moet iedereen minstens vijftien liter water per dag krijgen. Maar in sommige kampen in het oosten van Tsjaad wordt zelfs dat minimum niet gehaald.

In maart klopte de UNHCR bij UNOSAT aan voor hulp bij het vinden van water en geschikte locaties voor nieuwe kampen in de regio. Het door ESA gesteunde UNOSAT-consortium maakt op basis van satellietbeelden producten met geografische informatie voor VN-instellingen en de internationale humanitaire gemeenschap.

Na een eerste onderzoek naar de situatie ter plekke heeft de UNHCR een voorstel gedaan om de watervoorziening te verbeteren. Samen met UNOSAT is een onderzoeksprogramma opgezet. "Ons werd gevraagd om een oplossing te vinden voor dit enorme probleem van watervoorziening voor vluchtelingen. Dat is ons in samenwerking met adviesbureau Radar Technologies France (RTF) gelukt," aldus Olivier Senegas van UNOSAT. "Begin juli hadden we de plaatsen in kaart gebracht waar water te vinden zou moeten zijn in een gebied van 22.500 vierkante kilometer rond de vluchtelingenkampen van Oure Cassoni, Touloum en Iridimi.”

Aan de hand van terreinwerk konden de UNHCR en RTF in de loop van juli bevestigen dat de satellietgegevens klopten. Momenteel vindt ter plekke nader geofysisch onderzoekswerk plaats om de omvang van de bronnen vast te stellen.

Voor het onderzoek worden de resultaten van verschillende satellieten samengevoegd: multispectrale optische beelden van Landsat, C-band radarbeelden van ESA's ERS-ruimtesonde en L-band radarbeelden van de Japanse JERS-1. Daarnaast wordt een digitaal elevatiemodel (DEM) gebruikt dat is ontwikkeld in het kader van de Space Shuttle Radar Topography Mission (SRTM).

"Landsat leent zich uitstekend om een eerste indruk te krijgen van een gebied, want op de beelden is alle vegetatie en water aan de oppervlakte van de aarde te zien," licht Senegas toe. "Ook geologisch zijn ze interessant, want we kunnen duidelijk rotsen onderscheiden.

"De ERS-radar verschaft ons topografische informatie over geologische verschijnselen als breuklijnen, dijken en vooral ondergrondse waterlopen, zogenaamde wadi's, die vaak geschikt zijn als waterbron. De JERS-1 radar heeft een grotere signaalgolflengte, zodat we daarmee in droge gebieden tot veel grotere diepte in de grond kunnen zoeken naar water."

Met onderzoeksmethoden voor olie, gas en delfstoffen stelde Alain Gachet van RTF informatie samen voor het maken van kaarten van plaatsen waar mogelijk water te vinden is: "De optische beelden tonen het oppervlak, ERS scant tot ongeveer een halve meter diep, en JERS-1 scant tot op maximaal twintig meter. Als je al die gegevens samenvoegt krijg je dus een soort dwarsdoorsnede van het landschap.

"Met bewegende radarbeelden kunnen we bovendien anomalieën in vochtigheid onder grond aangeven. Die wijzen mogelijk op de aanwezigheid van grondwater - daarvoor hebben we speciale algoritmen ontwikkeld."

De proef op de som kwam toen hulpverleners de kaarten gebruikten om te boren en putten te graven. Senegas: "Acceptatie door plaatselijke teams is onontbeerlijk wil onze hulp zin hebben, dus moeten we hen erbij betrekken. Zij waren niet bekend met aardobservatie maar toonden zich wel zeer geïnteresseerd in onze methode.

"De polygonen op de kaart vertellen hun dat er in dat gebied een grote kans op water bestaat. Uit het boorwerk dat zij binnen die polygonen hebben verricht is inderdaad gebleken dat er water aanwezig is - erbuiten ook wel, maar te diep om aan te boren."

Gachet is zelf naar Tsjaad overgevlogen om te kijken of het terreinwerk goed verliep: "De vluchtelingen zijn volledig aangewezen op de hulpverlening, en water is natuurlijk een eerste vereiste. Tot nu toe gingen de putdelvers te werk op basis van plaatselijke kennis en elementaire geofysische technieken. Daarbij was de kans op succes 50%, wat gezien de omstandigheden niet eens zo slecht was, maar wel zonde van alle tijd en geld. Nu volgen ze gewoon onze kaarten om te weten waar ze het beste kunnen zoeken."

In de tweede fase van het project zijn de kaarten gebruikt om na te gaan of de geplande plaatsen voor nieuwe kampen geschikt waren. Er waren voorlopige plannen voor vijf nieuwe kampen maar het onderzoek wees uit dat er geen water in de buurt was. In plaats daarvan zijn zeven locaties aangewezen die geschikter zijn omdat zij in de buurt van zowel water als verkeersverbindingen liggen, en bovendien een geschikte bodemgesteldheid en droge ondergrond hebben.

De bedoeling is om naargelang de ontwikkelingen heel oostelijk Tsjaad in kaart te brengen, aldus Senegas. De gegevens komen ook de boeren in Tsjaad goed van pas, terwijl de zeer nauwkeurige geografische kaarten deel zouden kunnen gaan uitmaken van een geografisch informatiesysteem (GIS) op nationaal niveau.

"Verder zou het project de plaatselijke bevolking niet alleen tijdens de huidige crisis steun moeten bieden," zegt Senegas tenslotte. "Gewoonlijk leven hier hooguit 30.000 mensen. Zij delen het weinige dat ze hebben nu met de vluchtelingen. Met deze kaarten kunnen zij ook in de toekomst beter uit de voeten, want nu weet een boer waar hij het best naar water kan zoeken."

Gachet hierover: "Er is niet zozeer een watertekort in de regio als wel een tekort aan waterbeheerbeleid. Toen ik vertrok begon het regenseizoen - twee maanden zware regen - maar meestal verdampt al het water, zodat het grondwaterpeil gelijk blijft. Met satellietkaarten kunnen de plaatselijke bewoners voortaan beter nagaan waar ze in de wadi's het best dammetjes kunnen bouwen om te zorgen voor watervoorraden."

Informatie over Radar Technologies France

RTF is een particuliere onderneming die haar ervaring met goud- en oliewinning toepast voor het zoeken naar water voor humanitaire doeleinden.

RTF's eerste ervaring met radarbeelden uit de ruimte dateert uit 1996, toen de firma in het Kongolese regenwoud op zoek ging naar goud en olie op basis van gegevens van satellieten en plaatselijk terreinwerk. Nu wordt de firma geraadpleegd door grote oliemaatschappijen als Shell, Agip, Total en Exxon, en humanitaire organisaties voor het inventariseren van nieuwe watervoorraden in woestijngebieden, onder meer in Libië, Tsjaad en Centraal Australië.

Informatie over UNOSAT

UNOSAT, dat valt onder het VN-Bureau voor Projectondersteunende Diensten (UNOPS), is een consortium zonder winstoogmerk gefinancierd door het Earth Observation Market Development Programme van ESA, het Franse ruimtevaartagentschap CNES en het Franse Ministerie van Buitenlandse Zaken.

UNOSAT voorziet VN-instellingen, de internationale humanitaire gemeenschap en ontwikkelingsorganisaties van geografische informatie. Daartoe is het overeenkomsten aangegaan met toonaangevende aanbieders van informatiediensten, zoals Spot Image en Space Imaging Eurasia, en waardetoevoegende bedrijven als Gamma Remote Sensing en Digitech, die aan de hand van satellietgegevens kant-en-klare producten en kaarten maken.

UNOSAT gebruikt satellietgegevens ook voor doorlopende ontwikkelingsprojecten, bijvoorbeeld in het grensgebied van Mauritanië/Senegal, de Hoorn van Afrika en Nicaragua.

UNOSAT is partner van het RESPOND Consortium, een initiatief van GMES Services Element (GSE) bedoeld om in overleg met humanitaire organisaties na te gaan hoe zij beter toegang kunnen krijgen tot kaarten, satellietbeelden en geografische informatie.

Copyright 2000 - 2014 © European Space Agency. All rights reserved.