Veel belangstelling voor kleine satellietenworkshop

23 januari 2009

Kleine satellieten hebben een grote toekomst. Dat werd duidelijk tijdens ESA’s tweede Cubesat workshop deze week bij ESTEC. Ruim tweehonderd deelnemers kwamen uit heel Europa, Canada en zelfs Hawaï naar Nederland om te praten over satellieten zo groot als een half litertje melk. Vooral op universiteiten is de minisatelliet populair.

Wat maakt die zogenoemde picosatellieten zo bijzonder? ‘Je kunt ze veel sneller bouwen en lanceren. Dat is handig als je bijvoorbeeld een nieuwe sensor wilt testen, of een nieuw type zonnecel’, zegt Geert Brouwer, onderzoeker bij de TU Delft. ‘Een tweede trend is om niet meer één grote satelliet omhoog te sturen, maar een hele zwerm kleintjes. Die kunnen samen veel beter onderzoek doen. En als er één kapot gaat, is niet meteen de hele satelliet afgeschreven.’

Workshop student

Brouwer is samen met TU Delft studente Jennifer Go bij de workshop om te leren over de laatste ontwikkelingen. En om zelf kennis over te dragen. De universiteit bouwde Delfi-C3, een nanosatelliet die op dit moment rond de aarde draait. Momenteel bouwt Go samen met tientallen medestudenten aan de opvolger: Delfi-n3Xt (spreek uit: Delfi-next). ‘Ik kan nu al ervaring opdoen met het bouwen van een satelliet. Dat is heel bijzonder. Het geeft me ook een voorsprong voor als ik later in de ruimtevaart wil gaan werken.’

Negen CubeSats

Tijdens de eerste dag van de driedaagse workshop presenteren negen teams de plannen voor hun CubeSat. Deze minisatellieten mogen meeliften met de allereerste Vega raket. ESA’s Education Office en de divisie voor lanceersystemen stelden de lanceermogelijkheid ter beschikking aan universiteiten uit de ESA-lidstaten.

CubeSat Model

De overige twee dagen worden gevuld door studenten en universiteitsmedewerkers die al picosatellieten hebben gevlogen of bezig zijn met de ontwikkeling ervan. Die ontwikkeling is een hele opgave. Want alle apparatuur die teams willen gebruiken, moet binnen standaardmaten passen. De kleinste kubusjes zijn tien bij tien bij tien centimeter. Daarnaast zijn er varianten van die zo groot zijn als twee van die kubussen op een rij, of drie, zoals Delfi-n3Xt.

Trend

Aan Delfi-n3Xt werken ondermeer het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR), Systematic, Cosine, TNO, Dimes en ISIS mee. Dat geeft al aan dat de nanosatelliet serieus wordt genomen, vindt Brouwer: ‘De ruimtevaart begon ooit met de kleine satelliet Spoetnik. Daarna zijn satellieten steeds groter geworden, met ESA’s milieusatelliet Envisat als hoogtepunt. Nu zie je de trend weer verschuiven naar satelieten met kleinere afmetingen.’

Uit de vorige minisatelliet van de TU, Delfi-C3, is een bedrijf ontstaan dat onderdelen en logistieke oplossingen levert voor verschillende picosatellieten. Bijvoorbeeld de doos waarin de satellietjes worden vervoerd aan boord van de raket. ‘Het principe is hetzelfde als dat van een duiveltje uit een doosje’, vertelt Jeroen Rotteveel van het bedrijf ISIS tijdens de workshop. ‘Je stopt de satellieten in de doos met onderin een grote springveer. In de ruimte gaat het deksel open en lanceert de veer de kleine satellieten.’

Zonnesimlator

ISIS is een mogelijke leverancier van de lanceerdoos (officieel: Pico Orbital Deployer) voor Delfi-n3Xt. De rest bouwen studenten van de TU Delft helemaal zelf. Brouwer: ‘We zijn al redelijk vroeg gestart met het bouwen van kleine satellieten. Daardoor weten we al veel uit eigen ervaring. Maar tijdens de workshop komt toch heel veel nieuws aan de orde. Ik hoorde van een club uit Zwitserland die een zonnesimulator heeft gekocht voor het testen van picosatellieten. Ik ga morgen meteen aan de slag om te kijken of wij die faciliteit ook kunnen krijgen. Want kleine satellieten hebben een grote toekomst.’

Copyright 2000 - 2014 © European Space Agency. All rights reserved.