Wanneer begint de lente?

Meteosat-4 Earth image
De aarde gezien vanuit de ruimte. Er zijn allerlei correcties in de kalender nodig om de verschuivingen in de aardbaan het hoofd te kunnen bieden.
20 maart 2002

Volgens sterrenkundigen begint vandaag de lente. Maar volgens weerkundigen is het voorjaar dan al twee weken oud. Hoe zit dat?

Vandaag begint de lente. Om 20.16 uur Nederlandse tijd staat de zon exact boven de evenaar en zijn overal op aarde dag en nacht even lang. Het is het tijdstip van de 'equinox' of dag-en-nachtevening. In maart vormt dit het begin van de lente, in september het begin van de herfst.

Wat een verschil met mid-winter, toen de zon pas om 08.44 uur opkwam en al om 16.28 uur onderging! De dag duurde toen slechts 7 uren en 44 minuten en de nacht was maar liefst 16 uren en 16 minuten lang. Met de verlichting aan gingen we naar school en werk en met de verlichting aan keerden we naar huis. Maar vanaf nu zijn we eindelijk op weg naar de zomer, met op 21 juni een nachtlengte van slechts 7 uren en 16 minuten en een daglengte van liefst 16 uren en 44 minuten. De lente, op 20 maart, vormt daarvoor de aankondiging!

Het klinkt misschien vreemd, maar volgens weerkundigen begon de lente al twee weken eerder, op 7 maart. Deze vreemde datum putten zij uit een studie van gemiddelde luchttemperatuur op het noordelijk halfrond, waaruit blijkt dat de warmste dag van het jaar valt op 22 juli. Die warmste dag van het jaar is dus eigenlijk hoogzomer, en het begin van de zomer en het begin van de herfst zouden symmetrisch rond die datum moeten liggen op respectievelijk 7 juni en 6 september. Op dezelfde manier beginnen de meteorologische winter en lente op respectievelijk 6 december en 7 maart. Alleen op het zuidelijk halfrond lopen de weerkundige seizoenen meer met de kalender in de pas. Door de overweldigende hoeveelheid oceaanwater daar, die veel trager reageert op veranderingen in de hoeveelheid binnenvallende zonne-energie dan een landoppervlak, loopt de temperatuur er anderhalve maand achter op de zonnestraling. De weerkundige begindata van de seizoenen op het zuidelijk halfrond zijn daardoor 21 maart, 20 juni, 19 september en 19 december.

Kalender

Earth view
Earth view

De definitie van de jaargetijden zoals die op de kalenders zijn vermeld, is ontleend aan de sterrenkunde. Het astronomisch winterseizoen begint op de kortste dag, als de zon recht boven de Steenbokskeerkring op het zuidelijk halfrond staat. De winter loopt door tot de zon zich boven de evenaar bevindt en het voorjaar eindigt op de langste dag, wanneer de zon boven de Kreefstkeerkring staat. Op zijn beurt loopt de zomer door tot aan de herfstequinox en het najaar valt dan in het resterende deel van het jaar.

Velen geloven dat de begindata van de astronomische seizoenen zijn: 21 december, 21 maart, 21 juni en 21 september. Maar in werkelijkheid 'tolt' de stand van de aardas in de ruimte rond en daardoor verschuiven de seizoenen. Verantwoordelijk voor deze tolbeweging is de maan, die de aardas eens in de 25.725 jaar onder een hoek van 23,5 graden met het baanvlak van onze planeet laat ronddraaien. Als we die tolbeweging normaal op zijn beloop zouden laten, zouden de seizoenen steeds vroeger beginnen, met over 13.000 jaar het begin van de zomer in december en het begin van de winter in juni.

Om een toekomstige elfstedentocht in juli te vermijden, zijn daarom schrikkeljaren ingevoerd, zodat de kalender zoveel mogelijk in de pas blijft. Door de schoksgewijze invoering van een extra dag om de vier jaar en een 'schrikkeleeuw' om de 400 jaar (zoals in 1600, 2000, 2400, etc.), valt het begin van seizoenen op een beperkt aantal data: winter op 20, 21, 22 of 23 december; lente op 19, 20 of 21 maart; zomer op 20, 21 of 22 juni; herfst op 21, 22, 23 of 24 september.

Nu we het toch over de beweging van de aarde door de ruimte hebben: wie wist dat de zomer op het noordelijk halfrond ongeveer 8 dagen langer duurt dan de winter? In januari staat de aarde namelijk dichter bij de zon (147,1 miljoen km) dan in juli (152,1 miljoen km). Het verschil in afstand is goed voor een verschil in omloopsnelheid. In januari beweegt de aarde met 30,3 km/s in haar baan, terwijl dat in juli slechts 29,3 km/s is. Van herfst tot lente verlopen daardoor 178,83 dagen, maar van lente tot herfst 186,41 dagen.

Ook de hoeveelheid zonnestraling varieert als gevolg van dit verschil in afstand. 's Winters is de zonnestraling 7 procent sterker dan in de zomer. Op het noordelijk halfrond heeft dat een matigende invloed op de koude. 's Zomers is het bij ons relatief minder warm, maar dat wordt ruimschoots gecompenseerd door het 8 dagen langere zomerseizoen.

Copyright 2000 - 2014 © European Space Agency. All rights reserved.