![]() |
Frank De Winne: 'We moeten steeds onmiddellijk kunnen reageren'
De Belgische ESA-astronaut Frank De Winne is reserve voor Léopold Eyharts, die ten vroegste op 10 januari aan boord van de Amerikaanse spaceshuttle Atlantis het Europees ruimtelab Columbus begeleidt naar het internationaal ruimtestation ISS. In een kort interview heeft hij het over zijn opleiding met het oog op een langdurige ruimtemissie van zes maanden. Die opleiding zorgt ervoor dat Frank De Winne heel wat moet reizen. Het brengt hem onder meer naar de ESA-vestigingen European Astronaut Centre (EAC) in Keulen (Duitsland) en het European Space Research and Technology Centre (ESTEC) in Noordwijk (Nederland).
Een tweede vlucht van Frank De Winne zou mogelijk kunnen plaatsvinden in 2009-2010, maar daarover is nog geen officiële beslissing gevallen. De Winne vertelde op Cape Canaveral in december, bij de eerste poging om de Atlantis met Columbus in het laadruim naar het ISS te lanceren, over enkele aspecten van zijn training.
Na de lancering zal ik het vluchtcontrolecentrum voor Columbus in Oberpfaffenhofen nabij München vervoegen.
Ik heb samen met Léopold getraind om het Europees ruimtelab operationeel te maken en zal hulp bieden wanneer er bij onvoorziene gebeurtenissen een nieuwe planning moet worden gemaakt van de activiteiten aan boord.
Zo kan ik mij optimaal voorbereiden voor mijn mogelijke volgende vlucht in de ruimte. Daarover is nog geen beslissing genomen, maar ik ben beschikbaar en hou mij ervoor klaar.
Wanneer het in 2010 volledig operationeel is zullen er permanent zes astronaten leven en werken aan boord van het ISS. Ze zullen experimenten uitvoeren en tegelijk voor de nodige onderhouswerkzaamheden zorgen. Leven aan boord van dit complexe geheel van laboratoriummodules is niet zonder risico.
Er zijn drie grote mogelijke gevaren. Er kan brand ontstaan, iets wat al is gebeurd aan boord van het vroegere Russische ruimtestation Mir. De druk kan ook wegvallen, als gevolg van de botsing met een ander object of door de slechte werking van een verbinding. De aanwezigheid van een haartje kan al volstaan. Verder kan de lucht in het station door giftige gassen besmet worden…
We hebben ongeveer dertig keer ingeoefend wat er moet gedaan worden. Kort samengevat: we kennen de procedure uit het hoofd en kunnen ze zelfs in het donker met onze ogen dicht uitvoeren, in het geval er een algemene elektriciteitspanne is.
We moeten samen, snel en zonder in paniek te geraken, analyseren hoe groot het gevaar is dat de bemanning bedreigt. We zijn ervoor opgeleid om voorrang te geven aan de redding van het station, door het beschadigde of vervuilde gedeelte van de rest van het station af te sluiten.
Vervolgens proberen we het probleem op te lossen. We kijken of we een reparatie kunnen uitvoeren, zonder dat we hulp nodig hebben van de vluchtleiding of ingenieurs op de aarde. Het is immers altijd mogelijk dat de communicatie met de aarde wegvalt.
De onvoorziene terugkeer van het 450 ton zware ISS in de atmosfeer zou immers een bedreiging kunnen vormen voor dichtbevolkte gebieden op de aarde.
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||