ESA’s ruimtetelescopen ontdekken het vroege heelal

Herschel

Access the image

06 april 2009

Astronomen wereldwijd kijken uit naar de lancering van een Ariane 5-raket met twee baanbrekende ESA-satellieten aan boord. De satellieten zijn genoemd naar beroemde Europese wetenschappers: Planck en Herschel. Deze geavanceerde ruimtetelescopen kijken terug in de tijd als een soort tijdmachines van de 21e eeuw . Ze gaan wetenschappers helpen met het ontrafelen van geheimen. Hoe zijn sterren, melkwegstelsels en het heelal ontstaan.

Herschel wordt de grootste telescoop die ooit de ruimte in is gestuurd. Middenin heeft hij een 3,5 meter brede spiegel - veel groter, maar wel lichter, dan de spiegel die is gebruikt door de ruimtetelescoop Hubble. Het observatorium van 3400 kilo is genoemd naar een Duits-Britse astronoom William Herschel. Hij schreef geschiedenis met zijn ontdekking van onzichtbaar infrarood licht (dat we voelen als hitte) in het jaar 1800. Drie instrumenten op de moderne Herschel onderzoeken minstens drie jaar lang koude stofwolken in het heelal. Daar worden sterren geboren. Verre sterrenstelsels zijn er in infrarood goed te zien.

Planck

Access the image

Naast Herschel komt in de raket een satelliet die is ontworpen om terug te kijken naar het begin van de tijd. Dit 1900 kilo zware ruimtevaartuig is genoemd naar de Duitse natuurkundige Max Planck. Het bestudeert de vage echo's die zijn overgebleven na de geboorte van het heelal tijdens de oerknal. Deze echo's zijn waar te nemen als temperatuurvariaties van een paar miljoenste graad. Om deze onzichtbare microgolfstraling waar te kunnen nemen en in kaart te kunnen brengen, moeten de twee detectoren van Planck worden supergekoeld naar -273 graden Celsius. In ongeveer vijftien maanden verzamelt de grootste spiegel van het observatorium, die ongeveer anderhalve meter groot is, de enorm zwakke straling die zo'n veertien miljard jaar geleden aan zijn reis naar de aarde is begonnen.