Een gesprek met Yvan Ylieff: "Groot of klein, laat ons samen meer Europeaan zijn!"

Yvan Ylieff
Yvan Ylieff
31 mei 2002

Yvan Ylieff is Belgisch Regeringscommissaris, belast met Wetenschapsbeleid en aldus de politieke vertegenwoordiger die het best weet hoe de ruimtevaart in Europa functioneert. Op een onderbreking van tien maanden na beheert hij sinds 1995 het Belgisch ruimtevaartbudget en zorgt daarbij dat de Belgische onderzoekers en industrie een vooraanstaande rol spelen in een internationaal kader, vooral binnen ESA.

Gedurende vier jaar, van 1995 tot 1999, was hij Voorzitter van de ESA-Ministerraad. Hij hield daarbij de debatten levend en ontwarde moeilijke knopen tijdens de drie ESA-Raden op ministerieel niveau in Toulouse (oktober 1995), Brussel (mei 1999) en Edinburgh (november 2001). Het lijkt goed te gaan met de ruimtevaart in Europa. Keer op keer lanceren Ariane-raketten vanuit Kourou commerciële satellieten. ESA-astronauten vliegen regelmatig naar het International Space Station (ISS). Het navigatiesysteem Galileo en de waarneming van de aarde door middel van satellieten tonen aan dat Europa op dit vlak wereldwijd zijn diensten wil aanbieden. Toch bevindt dit nieuwe Europa, dat tot in de ruimte een geïntegreerde strategie wil ontwikkelen, zich in minder goed vaarwater. Dat verontrust Yvan Ylieff die de puntjes op de 'i' wil zetten.

Beschouwt u België als een referentie voor de Europese ruimtevaart?
Zonder overdreven chauvinisme wordt België beschouwd als de voorbeeldige leerling, die zijn plaats heeft naast de grote tenoren binnen ESA. Eerst en vooral verdedigen wij de ESA-politiek en beschouwen we ESA als ons ruimtevaartagentschap. Verder waardeert men de standvastigheid van de Belgische ruimtevaartpolitiek. Wij doen de nodige moeite om Europa te verdedigen als een macht. Wij garanderen een autonome Europese toegang tot de ruimte en autonomie bij toegepast ruimteonderzoek in een baan om de aarde. De Belgen spelen het spel van de Europese ruimtevaart, van Charles Henin, die de politieke beslissingen in verband met Ariane en Spacelab bewerkstelligde tot Charles Picqué, huidig Minister van Wetenschappelijk Onderzoek, die het contract ondertekende voor de missie van Frank De Winne naar het internationaal ruimtestation.

Welke investeringen doet België op het vlak van ruimteonderzoek in een internationaal kader?
België besteedt in 2002 een bedrag van 166.333.000 euro aan ruimteonderzoek, waarvan 159.202.000 voor ESA en de ESA-programma's. Er blijft dus iets minder dan 7 miljoen euro over voor bilaterale of multilaterale projecten buiten ESA. Zo is er een samenwerking met Argentinië. Een ander voorbeeld is het SPOT-programma voor aardobservatie waarbij we samenwerken met Frankrijk en Zweden.

Hoe past de komende vlucht van Frank De Winne in het Belgisch ruimtevaartbudget en in de Europese ruimtevaartstrategie?
Deze vlucht zal 15,5 miljoen euro kosten, een bedrag dat uit reservebudgetten van de regering komt. Het heeft te maken met de deelname van onze onderzoekers en industrie aan wetenschappelijk en technologisch onderzoek aan boord van het internationaal ruimtestation. Alvorens de financiering goed te keuren bepaalden we welke experimenten tijdens deze vlucht zullen meevliegen. België heeft veel geïnvesteerd in onderzoek in microzwaartekracht. Zo zijn onze onderzoekers verantwoordelijk voor experimenten op Europees niveau. Aangezien het Europees laboratorium Columbus pas na 2004 beschikbaar is, zou men onderzoeksteams hebben moeten ontbinden bij gebrek aan experimenten in de ruimte. De vlucht van onze volgende kosmonaut laat ons toe een brug te leggen met Columbus en ESA-experimenten voor te bereiden.

U gaf België zijn eerste satelliet, PROBA 1, die voor ESA werd gerealiseerd. U geeft ons land zijn tweede ruimtevaarder ter gelegenheid van een ESA-missie. Wat zou voor u het volgende Belgische initiatief moeten zijn?
Ik hoop vooral dat de vlucht van Frank De Winne zo succesvol zal zijn dat men de noodzaak inziet van een tweede Belg in het Europees astronautencorps. Ik zou graag hebben dat het een vrouw is en, indien mogelijk, Franstalig. Er is een vrouw nodig aan de zijde van Claudie Haigneré, vooral als deze een nieuwe functie krijgt. Ik heb dit al opgemerkt aan Antonio Rodota, directeur-generaal van ESA. Er zijn bijvoorbeeld geen vrouwelijke directeurs bij ESA. Er zijn wel vrouwen met een belangrijke positie in de Europese industrie of bij de Commissie.

Denkt u dat de Belgen, gezien hun bijdrage tot ESA, invloed kunnen uitoefenen en een rol kunnen blijven spelen naast de grote medespelers van de ruimtevaart in Europa?
Al tijdens de ESA-Raad in Edinburgh heb ik moeten herinneren aan de belangrijke rol van de Belgische ondernemingen bij de industriële herstructurering van het Ariane-programma. Ik maak mij zorgen over de duidelijke trend die er bij de grote ESA-lidstaten is, zelfs al verweren ze er zich tegen, om de industriële activiteit ten voordele van sterke groepen in hun eigen land te behouden. Het grote probleem, waarmee de kleine landen in tegenstelling tot de grote meer begaan zijn, is dat men zich niet kan voorstellen dat de ruimtevaartpolitiek herleid wordt tot vier of vijf partners binnen de Europese ruimtevaart. Ze mogen niet op zichzelf gericht zijn, ook de vaardigheden van andere Europese landen moeten bevoorrecht worden.

U kent de problemen van het bedrijf Arianespace, dat voor het tweede opeenvolgende jaar een tekort heeft. Hoe kunnen ze opgelost worden of kunnen de kosten verminderd worden?
Men mag niet toestaan dat de grote groepen de kleine toeleveranciers van specifieke apparatuur verpletteren onder het voorwendsel van efficiëntie en rendabiliteit. De situatie van Arianespace is zorgwekkend. Het kleinere aantal te lanceren satellieten zit daar voor iets tussen, maar het bedrijf kent ook structurele problemen. Op politiek vlak moeten de Europese landen hun wil bevestigen om een Europese dienst van satellietlanceringen te behouden en te promoten. De Ariane-lanceerraket moet maximaal, om niet te zeggen uitsluitend, voor Europese programma's dienen. Maar opdat deze woorden ook zouden inslaan moet Ariane competitief en minder duur zijn. De Verenigde Staten reiken ons de oplossing aan: ze besteden hun gouvernementele missies, in het bijzonder voor militaire doeleinden, aan hun eigen lanceerraketten uit. Verder geeft de Amerikaanse regering toe dat het Pentagon onderzoek financiert waar ook de burgerlijke lanceerraketten profijt uit halen.

Werpen militaire satellieten in Europa veel gewicht in de schaal?
ESA kan niet aan militair onderzoek doen, omdat het politieke milieu aarzelt of terughoudend is of er zelfs vijandig tegenover staat. In tegenstelling tot de Verenigde Staten is er in Europa geen fundamentele politieke inzet voor een militaire ruimtevaartstrategie. Europa heeft bepaalde noden op het vlak van veiligheid, maar de publieke opinie moet daarvan worden overtuigd. Verder is de politiek in de verschillende landen verschillend en wispelturig.

Is België geïnteresseerd in opnamen van de aarde met een militair doel?
In het zog van het SPOT-programma neemt België deel aan de Franse militaire aardobservatiesatelliet Hélios 2 via de Ministeries van Defensie en Economische Zaken.

Terug naar Arianespace. Hoe kan men de kosten van de uitbating van de Europese lanceerraket verminderen?
Op technisch vlak moet men de Ariane 5 blijven verbeteren. Op politiek vlak doet ESA meer voor het goed functioneren van de Europese 'ruimtehaven' in Kourou. Men heeft beslissingen in deze zin genomen in Edinburgh, maar Europa gaat trager vooruit: om de beslissingen ook werkelijk uit te voeren is tijd nodig. Al wie betrokken is bij de Europese ruimtevaartpolitiek moet zich bewust zijn van het wereldwijde belang van de Europese ruimtevaartinspanningen. Europa heeft een heuse ruimtevaartstrategie nodig. Voor deze strategie zou de afwezigheid van Europese lanceerraketten een verschrikkelijke stap achterwaarts zijn. Daarom is het van het grootste belang verder te denken dan Ariane 5.

Hoe staat u tegenover de mogelijkheid Russische Sojoez-raketten in Kourou te lanceren?
Ik ben daar voorstander van. Ik denk dat Rusland partners nodig heeft zodat het zijn rol als ruimtegrootmacht kan behouden. Zowel de Verenigde Staten als Europa kunnen partners zijn. Maar men kan zich niet indenken dat Europa er niet bij is. Als men een partner wil zijn, moet men ook kunnen delen. België is in december 2000 beginnen samenwerken met Rusland in het domein van de ruimtevaart. Deze Belgisch-Russische samenwerking krijgt nu een vervolg met het contract dat in april in Moskou werd getekend voor de vlucht van Frank De Winne aan boord van een Sojoez-ruimteschip. Wat betreft de Sojoez-lanceringen in Kourou, moeten we een partnerschap aangaan dat Ariane geen nadeel berokkent, maar ook gunstig is voor de Russen.

Houdt dit partnerschap geen risico's in voor de Europese industrie, die betrokken is bij de ontwikkeling en de productie van de Ariane-raketten?
Om Europese geopolitieke redenen tegenover de Verenigde Staten zouden we een monumentale fout maken als we nee zouden zeggen tegen Rusland als partner. Ik kijk niet door een vizier, maar zie eerder een geheel. Liever een Europese ruimtevaartpolitiek op wereldschaal met uitwisselingen en partnerschappen dan confrontaties. Zoals men kan bevestigen dat Texas geen Europees land is, zo kan men met evenveel recht zeggen dat Rusland deel uitmaakt van Europa. Zo heeft Generaal de Gaulle het ooit gezegd toen hij begon met een samenwerking op het vlak van ruimtevaart tussen Parijs en Moskou. Maar er zouden bredere overeenkomsten moeten worden afgesloten over bemande ruimtemissies of technologie voor toekomstige lanceerraketten. Dit zijn domeinen waarin wij een grote technologische achterstand hebben ten opzichte van de 'twee groten'.

Heeft Europa niet té lang geaarzeld om het Galileo-navigatiesysteem per satelliet goed te keuren?
Europa mag niet de minste tijd meer verliezen. De bevalling van Galileo is heel goed en zonder pijn verlopen. Het Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie in de tweede helft van 2001 heeft al het mogelijke gedaan om ervoor te zorgen dat de zaken vooruitgingen. Ondanks onze inspanningen slaagden we er niet in een beslissing te bekomen tijdens de Top van Laken. De beslissing kwam er wel drie maanden later. Maar er zijn nog altijd problemen met de realisatie van Galileo. De situatie is zelfs vastgelopen als gevolg van het feit dat de nationale inschrijvingen voor de financiering van het programma in totaal te hoog zijn. De ontwikkeling van deze gemeenschappelijke onderneming hobbelt over administratieve moeilijkheden als gevolg van een enigszins slechte verstandhouding tussen ESA en de Europese Commissie.

Hoe verklaart u deze vastgelopen situatie, die paradoxaal lijkt aangezien de verschillende landen nu veel geld in Galileo willen investeren?
Dit probleem is niet onoplosbaar. Het ontstaat vooral als gevolg van het spel van technocraten, maar is niet noodzakelijk een hinderpaal voor de eigenlijke ontwikkeling van het systeem. Het mag de huidige evolutie niet afremmen, want de gemeenschappelijke onderneming dient vooral om het Galileo-systeem uit te baten. Nu het programma is goedgekeurd wil iedereen van de partij zijn. Zo kan de ruimtevaartindustrie, die te kampen heeft met een gebrek aan orders, terug op de sporen worden gezet. Deze vastgelopen situatie bij het Galileo-programma verontrust mij zeer. Op cruciale wijze toont ze het probleem van de relatie tussen de grote en kleine ESA-lidstaten. Met Duitsland, Italië, Frankrijk en Groot-Brittannië is de voorbereidende fase van Galileo al voor bijna 100% gefinancierd. Deze landen willen hun industrie immers doen draaien. Wat wordt de financiële bijdrage van de kleine landen die zich voor dit programma interesseren? Groot of klein, laat ons samen meer Europeaan zijn!

Onthult deze situatie een probleem bij de functionering van ESA?
Men moet het project bij ESA herzien. Men slaagt er immers niet in geld van één programma naar een ander door te sluizen. Zo heeft het programma EGNOS (European Geostationary Navigation Overlay Service) met geldtekort te kampen. EGNOS dient als voorbereiding voor de technologie van de navigatieterminals. De manier waarop ESA werkt moet herzien worden. Herhaald heb ik reeds gevraagd dat er meer Raden op ministerieel niveau komen. Zo kan men zich aanpassen aan situaties die snel evolueren. Het is niet normaal dat er slechts een Raad om de twee of drie jaar is.

U stelt zich op als de verdediger van de kleine landen tegen de grote tenoren op het toneel van de Europese ruimtevaart. Toont u interesse voor de rol van het Groothertogdom Luxemburg in dit Europa?
De Europese ruimtevaart mag geen zaak worden van de best bedeelde en meest invloedrijke landen. Alle deelnemers aan de Europese ruimtevaart moeten zich rond de tafel kunnen terugvinden om hun knowhow naar waarde te kunnen doen schatten. Er kan geen sprake van zijn om kleine landen te vragen na het nagerecht de kruimels op te rapen. Daarom aarzel ik niet om de toetreding van het Groothertogdom als ESA-lidstaat te steunen. Luxemburg wil aan zijn universiteit een faculteit voor toegepaste wetenschappen oprichten, wil vernieuwende industrie op zijn grondgebied promoten en de technologische ontwikkelingen steunen van SES Global, de belangrijkste uitbater van communicatie- en televisiesatellieten in de wereld. Ik zou graag hebben dat België en Luxemburg nog meer samenwerken bij wetenschappelijke en technologische ruimtevaartactiviteiten.

Copyright 2000 - 2014 © European Space Agency. All rights reserved.