KNMI volgt ozongat

Het ozongat boven het zuidpoolgebied op 18 September 2001
21 september 2001

Boven het zuidpoolgebied doet zich opnieuw een gat voor in de ozonlaag. Klimatologen van het KNMI volgen de ontwikkeling van het ozongat met het GOME-instrument aan boord van de ESA-satelliet ERS-2.

Kaarten en atmosferische profielen laten zien dat het ozongat zich al midden augustus begon te ontwikkelen. Inmiddels heeft het zich uitgebreid over een oppervlak van ongeveer 25 miljoen km². Daarbij is ongeveer 25 miljoen ton ozon afgebroken.

Ozon houdt het grootste deel van de schadelijke ultraviolette zonnestraling tegen. De ozonlaag, die zich tussen ongeveer vijftien en vijftig kilometer hoogte boven het aardoppervlak bevindt, beschermt daardoor het aardse leven.

Ozon wordt voortdurend in een cyclus aangemaakt en weer afgebroken door het zonlicht. Normaal gesproken houden aanmaak en afbraak elkaar in evenwicht, waardoor de hoeveelheid ozon in de atmosfeer min of meer constant is. Dertig jaar geleden nam de hoeveelheid ozon af. Dat werd veroorzaakt door de uitstoot van chloorfluorkoolwaterstoffen (cfk’s) en andere ozonafbrekende stoffen. Deze stoffen verstoren de aanmaak van ozon, waardoor het evenwicht verschuift en de ozonlaag verdunt. Ozonafbrekende stoffen werden gebruikt als drijfgas in spuitbussen, als koelvloeistof in koelkasten en airconditioningsystemen, als reinigingsmiddel van elektronische printplaten en als 'bellengas' bij de fabricage van piepschuim.

Bezorgdheid over de ozonafname leidde in 1978 in de VS, Canada en de Scandinavische landen tot een verbod op het gebruik van cfk’s in spuitbussen. In 1987 kwam het, dankzij samenwerking tussen beleidsmakers, wetenschappers, milieubeweging en industrie, zelfs wereldwijd tot een verdrag. In dit 'Montreal Protocol' is voorzien in het geleidelijk verdwijnen van ozonafbrekende stoffen uit de atmosfeer. Het verdrag werd in 1990, 1992, 1997 en 1999 nog eens aanzienlijk aangescherpt, omdat de ozonafbraak nog veel sterker werd dan verwacht.

Predicted ozone hole for 22 September 2001
Het voorspelde ozongat op 22 September 2001

De afbraak van ozon is het sterkst als de temperatuur zeer laag is en de zon schijnt. Boven het zuidpoolgebied wordt in de lente (bij ons is het dan herfst) aan die voorwaarden voldaan. Sinds het begin van de jaren tachtig ontstaat hier elk jaar tussen september en november een ozongat, waarin de hoeveelheid ozon tot minder dan de helft afneemt van zijn normale waarde. Het proces speelt zich ook af boven het noordpoolgebied. In een aantal recente winters was de ozonlaag hier extreem koud waardoor de ozonafbraak heel snel ging. Maar boven het zuidpoolgebied zijn de problemen altijd het grootst.

Dankzij de maatregelen die zijn opgelegd door het Montreal Protocol neemt sinds enkele jaren de hoeveelheid CFK's in de onderste luchtlagen af. Maar het duurt enige tijd voordat de veranderingen ook in de veel hoger gelegen ozonlaag merkbaar zijn. Volledig herstel wordt dan ook niet eerder verwacht dan halverwege de 21e eeuw. Probleem is dat het versterkte broeikaseffect het herstel vertraagt. De opwarming van de aarde leidt op grotere hoogte juist tot afkoeling. Daardoor daalt de temperatuur in de ozonlaag en dat leidt tot grotere ozonafbraak.

Het ozongat van 2001 is naar alle waarschijnlijkheid groter en dieper dan ooit. Wetenschappers verwachten ook dat het ozongat de komende winters nog verder zal groeien. Pas rond 2010 zou het effect minder worden door de productievermindering van cfk’s en andere verontreinigende chemicaliën zoals overeengekomen in het Montreal Protocol.

Voor het KNMI is het meten van de Antarctische ozongat niet alleen een kwestie van milieubewaking, maar ook een mogelijke verbetering van de weersvoorspelling. "Met ozon kun je de luchtstromingen in de stratosfeer volgen," zegt Ronald van der A van het KNMI. "Dankzij het GOME-instrument beschikken we zeer snel over driedimensionale profielen van de ozonlaag. Uit de verschillende metingen kunnen we daardoor ook bewegende beelden samenstellen en betrouwbare voorspellingen doen. Zien we op een bepaalde plaats bijvoorbeeld een ozontekort ontstaan, dan waarschuwen we plaatselijke wetenschappers. Die kunnen de gebeurtenis dan van uur tot uur volgen door speciale apparatuur op te laten met behulp van sondeerballonnen."

Het Global Ozone Monitoring Experiment (GOME) werd op 21 april 1995 gelanceerd aan boord van de tweede Europese Remote Sensing Satellite (ERS-2).

Copyright 2000 - 2014 © European Space Agency. All rights reserved.