Ontvangt JIVE eerste Huygens-signaal vanaf Titan?

JIVE telescoop
13 januari 2005

Als ESA’s ruimtesonde Huygens vrijdag aankomt bij Saturnusmaan Titan zendt hij zijn bevindingen met een radiosignaal de ruimte in. Veel van dat signaal komt zoals gepland in de schotelantenne van moederschip Cassini terecht zodat deze het later naar de aarde kan doorsturen. Een deel van het radiosignaal gaat de ruimte in en blijft reizen door het grote zwarte heelal, totdat ergens een obstakel opduikt. Twintig radioschotels bijvoorbeeld, verspreid over de hele aarde en aangestuurd door het Nederlandse JIVE instituut in Dwingeloo.

Beste telescopen

Ruim één miljard kilometer hebben de signalen van Huygens afgelegd als ze na 67 minuten op de aarde terechtkomen. Het radiosignaal is dan extreem zwak geworden en kan hooguit met de allerbeste telescopen en nieuwste observatietechnieken nog worden waargenomen. Daar komt JIVE om de hoek kijken, het in Dwingeloo gevestigde Joint Institute for Very Long Baseline Interferometry in Europe, dat wordt gefinancierd door het NWO en Astron.

Met behulp van computers worden verschillende schotelantennes, in dit geval twintig exemplaren in Australië, China, Japan en de Verenigde Staten, aan elkaar gekoppeld om zo één groot oor te maken dat met ongekende precisie naar een object in de ruimte luistert. Dr. Leonid Gurvits van JIVE: ‘Onze waarneming is zo scherp dat we zelfs de zetten van een spelletje schaak zouden kunnen volgen, als dat door twee astronauten op de maan werd gespeeld!’

Toch is het niet zeker dat JIVE het Huygens signaal kan oppikken. Mocht dat niet gebeuren dan betekent dat zeker niet dat de afdaling van Huygens is mislukt.

Code

Cassini /Huygens
Huygens zendt zijn bevindingen met een radiosignaal de ruimte in

Normaal gesproken wordt deze interferometrie gebruikt om zwakke radiobronnen ver in het heelal te ontmaskeren, bijvoorbeeld sterrenstelsels of stervende sterren. ‘Zoeken naar een interplanetaire missie is een heel aparte manier om onze astronomische kennis toe te passen’, vertelt Gurvits. ‘Maar tegelijk is het een bijzonder experiment. Wij kunnen de gegevens van Huygens niet ontcijferen, dat doen wetenschappers aan de hand van Cassini-data. Maar we kunnen hopelijk wel als eerste zien of Huygens in goede orde bij Titan is aangekomen.’

Teken

Twee keer werd het super-telescopen netwerk uitvoerig getest, op 27 augustus en 17 november 2004. Tijdens de tests deden ook de radiotelescopen in Dwingeloo mee, nu liggen ze te ver naar het noorden om signalen op te pikken. Bij de eerste test kwamen nog heel wat verbeterpunten naar voren, de tweede verliep al een stuk beter. Daarom hebben de internationale partners goede hoop dat ze morgen Huygens’ eerste teken van leven zullen opvangen. Daarna is het wachten op de wetenschappelijke data, het signaal dat een tussenstop maakte bij moederschip Cassini.

Copyright 2000 - 2014 © European Space Agency. All rights reserved.