Tim de Zeeuw wordt nieuwe directeur ESO

Tim de Zeeuw
Tim de Zeeuw is benoemd tot directeur-generaal van het European Southern Observatory
21 februari 2007

Tim de Zeeuw is benoemd tot directeur-generaal van het European Southern Observatory (ESO). De Zeeuw is de vierde Nederlandse DG van ESO. Hij begint op 1 september 2007. Tot die tijd blijft hij als wetenschappelijk directeur verbonden aan de Leidse sterrenwacht.

ESA en ESO zijn beide Europese intergouvernementele organisaties, waarbij ESA zich richt op de realisatie van ruimtevaartprojecten, en ESO op astronomisch onderzoek. De dertien lidstaten van ESO ontwikkelen, bouwen en beheren samen een aantal van de beste telescopen van de wereld, waaronder de Very Large Telescope (VLT), op de berg Paranal in Chili.

De Zeeuw is geen onbekende bij ESO. Als oprichter van de Nederlandse Onderzoekschool Voor Astronomie (NOVA) kreeg hij vaak met de organisatie te maken. En onlangs speelde hij een belangrijke rol bij de totstandkoming van de toekomstvisie van ESO. ‘Nu krijgt hij de kans om die spannende visie te realiseren’, aldus de huidige directeur-generaal Catherine Cesarsky.

Very Large Telescope (VLT), op de berg Paranal in Chili

Meneer De Zeeuw, wat houdt die spannende visie in?
‘De komende jaren gaan we werken aan drie belangrijke doelen. Ten eerste aan een nieuw project: de Extremely Large Telescope. Deze telescoop gaat de huidige generatie vele malen overtreffen. Een ander project, ALMA, moet binnen de gestelde tijd en het budget gebouwd worden. Dat is ook een uitdaging. En tot slot wil ESO optimaal gebruik maken van de VLT, nog altijd de beste telescoop ter wereld.’

U hebt er zin in...
‘Absoluut. Al in mijn studententijd was ik gefascineerd door de sterren. Je kunt er niet zelf heen en je kunt ze ook niet nabootsen in een laboratorium. De samenstelling van ons heelal is één groot detectiveverhaal. En dat verhaal kunnen we alleen ontrafelen met de beste telescopen.’

Sterrenstelsels
Opname van sterrenstelsels die met de VLT werd gemaakt

U bent al de vierde Nederlandse dg, van in totaal zeven. Hoe zit dat?
‘Nederland heeft altijd een belangrijke rol gehad binnen de organisatie. We zijn één van de oprichters. Nederland draagt vijf procent bij aan het budget, maar de inbreng op bestuurlijk en wetenschappelijk gebied is vele malen groter. Onder andere dankzij NOVA. Via het programma van NOVA hebben we sterke invloed op het instrumentarium van ESO.’

U gaat ook voor sterkere samenwerking tussen ESO en ESA. Hoe kunnen de ruimtevaart van ESA en de astronomie van ESO elkaar versterken?
‘Op twee fronten: technologisch en wetenschappelijk. Instrumentele projecten op de grond worden steeds ambitieuzer. Het tijdperk dat studenten in de kelder van hun universiteit een telescooponderdeel bouwden is voorbij. Instituten kunnen van elkaar leren. Soms is er heel directe uitwisseling, bijvoorbeeld met de detectors die SRON ontwikkelt in het submillimetergebied. De detectoren in het instrument HIFI voor ESA’s Herschel ruimtetelescoop worden ook gebruikt in onze ALMA, de Atacama Large Millimeter Array. Een prachtige synergie.’

En de wetenschappelijke samenwerking?
‘Om even bij het voorbeeld te blijven: de ontdekkingen die Herschel doet, kan ALMA verder bestuderen. In de toekomst kunnen we elkaar ook aanvullen in het onderzoek naar donkere energie en exoplaneten. Als ESA’s GAIA in het volgende decennium de structuur van de Melkweg gaat ontrafelen, kunnen wij dat ondersteunen met de nieuwste generatie telescopen op de grond. Het wordt een spannende tijd!’

Copyright 2000 - 2014 © European Space Agency. All rights reserved.