Het eerste deep space grondstation van ESA klaar voor actie

ESA antenna near Perth
De nieuwe ESA-antenne in Australië
8 juli 2002

Het eerste ESA-grondstation voor deep space communicatie in Australië is er klaar voor. Tests met behulp van de sonde Stardust, op weg naar een rendez-vous met de komeet Wild 2 in januari 2004, tonen aan dat de grote antenne van het station goed werkt. Het station moet een belangrijke rol spelen bij de ESA-missies Rosetta naar de komeet Wirtanen en Mars Express naar Mars.

Het grondstation bevindt zich op 140 kilometer ten noorden van Perth in New Norcia, Australië en beschikt over een antenne met een diameter van 35 meter om ruimtesondes te volgen, opdrachten door te sturen en voor telemetrie (het verrichten van metingen van op afstand). Hij kan tot op een honderdste van een graad nauwkeurig gericht worden.

Het signaal van Stardust, uitgezet in grafiek

De antenne van 630 ton is het belangrijkste communicatiekanaal voor de Rosetta-missie, één van de meest ambitieuze wetenschappelijke ruimtevaartprogramma's ooit. Hij zorgt voor communicatie tussen de Rosetta-sonde, die begin 2003 wordt gelanceerd, en de vluchtleiding in het European Space Operations Centre (ESOC) van ESA in Darmstadt (Duitsland). Maar hij zal ook worden ingezet om gegevens te ontvangen van en te sturen naar andere ruimtesondes die verder dan de maan ons zonnestelsel verkennen. Eén daarvan is de ESA-sonde Mars Express die in 2003 wordt gelanceerd.

Rosetta preparation
Rosetta wordt voor tests klaargemaakt te ESTEC

Het oog viel op de sonde Stardust van het NASA Jet Propulsion Laboratory (JPL) om de nieuwe antenne te testen. De sonde maakt momenteel een interplanetaire reis en bevindt zich op meer dan 300 miljoen kilometer van de aarde. Op 8 juni passeerde hij op een maximale breedte van 70 graden boven Australië. Het grondstation in New Norcia kon daarbij de sonde met succes volgen en haar signalen opvangen.

De tests dienden vooral om de richtnauwkeurigheid van de antenne te bevestigen en het signaal naar de aarde te zien op een spectrumanalysator (voorbereid door een ESOC-team), die de signalen afkomstig van de sonde (X-band) opvangt. Het Stardust-team van het Jet Propulsion Laboratory leverde informatie over de kenmerken van het signaal en de juiste baangegevens van Stardust. Door de samenwerking kon het spectrum van de ruimtesonde gelokaliseerd worden ongeveer een half uur na het begin van de communicatie met de aarde.

Beagle 2 lander
Beagle 2, de lander van Mars Express

Drie dagen later volgden nog bijkomende tests van de richtnauwkeurigheid en de capaciteit van het Intermediate Frequency Modem System (IFMS). Dat moet de draaggolf van de downlinkverbinding naar de aarde nauwkeurig vastleggen om aldus de baan van de sonde te kunnen bepalen.

De proeven voldeden aan alle doelstellingen en de antenne blijkt goed te werken. In juli 2002 wordt hij officieel aan ESA overgedragen.

Copyright 2000 - 2014 © European Space Agency. All rights reserved.