![]() |
André Kuipers kijkt uit naar zijn ruimtevlucht
André Kuipers, de Nederlandse ESA-astronaut die in november 2003 [nu april 2004] een vlucht naar het internationaal ruimtestation (ISS) zal uitvoeren, is al sinds zijn twaalfde gefascineerd door ruimtevaart. Ruimtevaart is zeer belangrijk voor vernieuwingen op het gebied van wetenschap en techniek, zegt hij. Experimenten die nu in het ISS worden uitgevoerd, kunnen later op aarde worden toegepast. “Of ik blij ben met de vaststelling van mijn ruimtevlucht? Dat kun je wel stellen,” lacht André Kuipers, die juist is teruggekeerd van een training in het opleidingscentrum voor kosmonauten in Sterrenstad nabij Moskou. “Toen ik als ESA-astronaut werd geselecteerd, ging ik er van uit dat ik niet eerder dan in 2005, misschien zelfs pas in 2009 omhoog zou gaan. In die tijd was het nog zo dat je in de VS een opleiding moest volgen om als mission specialist aan boord van een space shuttle mee te vliegen. Voor die opleiding gold een lange wachttijd. Daarna zou het nog jaren kunnen duren om daadwerkelijk omhoog te gaan. En nu ineens volgend jaar: met een Sojoez naar het ISS. Ik zal mijn Russisch snel verder bij gaan spijkeren!”
Voordat het november 2003 is, zal Kuipers nog heel wat moeten trainen en studeren. “Ik heb inmiddels mijn lessen bemande ruimtevaart in Duitsland afgerond. In Sterrenstad heb ik een basistraining als kosmonaut gevolgd. Nog geen paar dagen geleden oefende ik daar in een ruimtepak onder water. Dat was schitterend. Het was nét alsof ik echt in de ruimte zweefde! Half december vertrek ik weer naar Sterrenstad. Nu ik voor een vlucht ben geselecteerd, zal ik me moeten gaan verdiepen in alle Sojoez-systemen. Verder zal ik survival training moeten volgen, nog meer Russische les krijgen, en trainen voor het Russische én het Amerikaanse deel van het ruimtestation. Ook zal ik mijn ruimtepak moeten testen in een vacuümkamer. En natuurlijk moet ik alle experimenten leren uitvoeren. Ik krijg het nog verschrikkelijk druk.”
Na zijn athenaeumexamen studeerde Kuipers medicijnen aan de Universiteit van Amsterdam. In het AMC werkte hij bij prof. W.J. Oosterveld, hoogleraar in de fysiologie van het evenwichtsorgaan. Oosterveld had onderzoek in gewichtloosheid gedaan voor de NASA. Zijn verhalen wakkerden Kuipers enthousiasme nog verder aan. Na zijn studie te hebben voltooid werd Kuipers officier bij de Afdeling Luchtvaart Geneeskunde van de Koninklijke Luchtmacht. Daarna werkte hij voor het Nationaal Lucht- en Ruimtevaart Geneeskundig Centrum (later Aëromedisch Instituut) in Soesterberg. Onder meer werkte hij mee aan onderzoek naar contactlenzen voor piloten, bloeddruk en hersendoorbloeding tijdens versnellingskrachten en de werking van het evenwichtsorgaan in gewichtsloosheid tijdens parabool vluchten. “Als brildrager ben ik bang geweest dat ik de ruimtevaart wel kon vergeten,“ vervolgt Kuipers. “Maar ik kreeg hoop toen ik op televisie de commandant van de eerste Space Shuttle, John Young, met een bril op in de cockpit zag zitten en later een foto van Wubbo Ockels met een bril op zag. In 1990, tijdens een nieuwe selectieronde voor ESA-astronauten, gaf ik me op als kandidaat-astronaut.”
Ondanks de grote concurrentie - er hadden zich duizenden Europeanen opgegeven - belandde Kuipers bij de laatste vijfentwintig. Hij werd toen niet geselecteerd voor een van de zes opleidingsplaatsen. Wel was hij ondertussen als gemeenschappelijk coördinator voor fysiologische experimenten bij ESA gaan werken.. Bij een nieuwe ronde, in 1998, werd hij alsnog voor de opleiding tot astronaut geselecteerd. “Als ik straks boven ben, zal ik ook proefnemingen doen om de Nederlandse jeugd enthousiast proberen te maken voor wetenschap en techniek,“ zegt Kuipers. “Er wordt door bepaalde groeperingen nog wel eens geageerd tegen het zogenaamd geldverslindende aspect van ruimtevaart. Ik kan niet genoeg benadrukken dat je móet investeren in ruimtevaart wil je ook kunnen innoveren. Experimenten die we nú in het ISS uitvoeren, vinden later op aarde hun toepassing. Daarboven zweeft een bijzonder laboratorium. Ik ben zelf arts, dus ik kan vertellen hoe belangrijk medisch onderzoek in gewichtloosheid ook voor patiënten op aarde kan zijn.” “Ach, weet je: over een paar honderd jaar kijkt de mensheid tegen dit soort standpunten ongetwijfeld anders aan dan nu. Dan zie je niet meer dit soort hobbels en vind je in geschiedenisboekjes gewoon de reeks ‘Spoetnik, Joeri Gagarin, eerste maanlanding, internationaal ruimtestation, maanbases, eerste mens op Mars’. Ik ben er van overtuigd dat we ons planetenstelsel en later ook de interstellaire ruimte verder zullen gaan verkennen. Op het gebied van ruimtevaart en ruimteonderzoek staan ons nog heel wat interessante en spannende ontwikkelingen te wachten. Kijk alleen maar naar onze huidige technologie. Die had toch ook niemand in de Middeleeuwen kunnen voorspellen?”
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||